zeloten en hun torens

Er was eens een jongen. Hij ging naar de basis school en volgde daar de les zedenleer, samen met slechts drie andere kinderen. Op een dag kwam hij terug van die les en hij ging naar de rij, want de bel was net gegaan. Toen hij bij de rij aankwam, scandeerden de andere kinderen in koor “jij gaat naar de he-el”. Toen hij wat later de meester godsdienst daar iets over vroeg, legde die hem droogjes uit “l’enfer, c’est les autres”. De jongen werd een man, maar het thema religie bleef ongemerkt altijd een belangrijke rol spelen op de achtergrond. Hij beschouwde zich zelf als een man van de wetenschap, zeker na de vijf jaar opleiding tot burgerlijk ingenieur. Ook de sector waar hij in werkte, die van de informatica, was er één uit het domein van de toegepaste wetenschappen. Maar er was iets verwarrend aan de praktijk, waar nooit aandacht voor was geweest in de lessen theorie. Veel mensen leken namelijk allergisch te reageren op systematische en zorgvuldig onderbouwde analyses, en hadden geen moeite om die aan de kant te schuiven voor hun eigen geïmproviseerde en vaak scheve logica. Ze waren net als de toevallige ongelovige kerkganger, die zijn respect komt tonen aan de familie, en daarom de begrafenisrede van de priester beleefd aanhoort en tolereert, maar vaak ook niet meer dan dat. Wat kan een diep gelovige uiteindelijk bijbrengen aan een overtuigd niet gelovige? Er is een basis overtuiging die fundamenteel in de weg staat om veel, zo niet alles, van elkaar aan te nemen. En blijkbaar werd hij, als mens van de wetenschap, ook door sommigen (1) als een zeloot (2) aanzien. Zeloten ijverden in de eerste eeuw van onze westerse jaartelling voor de heiligheid van de naam van God en beschouwden het Romeins keizerlijk gezag daarom ook als godslasterlijk. Fanatiek ijveren voor religieuze en ethische denkbeelden is wat men vandaag nog steeds begrijpt onder zelotisme. Hoe valt dat dan te rijmen met wetenschappelijk denken? De wetenschap bouwt zorgvuldig voort aan haar kennis door de basis uit te breiden van eerder gepubliceerde werken. Geen enkele wetenschapper kan die basis zelfstandig bevestigen als waar, maar doet dat wel voor zijn eigen specialisatie, en neemt aan dat zijn collega’s dat ook doen voor hun domein. Wetenschap is dan ook reductionistisch, het splitst grote problemen op in kleinere, zodat ze praktisch oplosbaar worden. Daardoor worden de bouwwerken van de wetenschap door mensen uit de praktijk vaak ook aanzien als torens, geïsoleerd, hoog, onneembaar en van beperkt nut. Helemaal bovenaan, overschouwt de wetenschapper boven in zijn toren zijn eenzame en nauwe kijk op de waarheid. Maar hij was zelf geen wetenschapper, hij had nooit een wetenschappelijk werk gepubliceerd, hij was een toegepaste wetenschapper, niet per se op zoek naar nieuwe kennis maar wel naar oplossingen voor praktische problemen dankzij de vruchten en de geest van de wetenschappelijke aanpak. En die insteek maakte hem wel degelijk verschillend van de wetenschapper, want als hij met hem babbelde vanaf de voet van diens toren, vertrok hij naar een volgende toren als resultaat uitbleef voor zijn eigen praktisch probleem. De wetenschapper bleef achter op zijn toren, bouwde er verder aan voort en bleef preken voor al wie luisteren wou en ook de steeds ijlere stem nog kon horen. Maar er was nog een groot verschil tussen hun, voor zijn praktische problemen was hij genoodzaakt torens uit vele verschillende domeinen te bezoeken, die zelfs niets met elkaar te maken hadden, zijn zoektocht was niet reductionistisch, maar integrerend. Dat leidt tot een soort permanente staat van cognitieve dissonantie (3), een voorwaardelijk geloof in de waarheid van een toren of set van torens als dat geloof naar resultaten leidt, en toch tegelijkertijd die waarheid ten gronde proberen doorgronden en toepassen. En dat is best wel verwarrend en vermoeiend, enkel datgene wat werkt voor waar aan te nemen. Daarom ook dat zovelen, uitgeput van het vele zwerven, uiteindelijk hun eigen toren optrekken, en het comfort mogen voelen van rust, zekerheid en voorspelbaarheid nu dat ze hun eigen stukje van waarheid opeisten. Maar dat was niet voor hem, niet als jongen en niet als man. Zijn pad was dat van de permanente zwerver in kennisland en vaste inwoner van de wereld. “Wat je ook doet, doe het met liefde, maar hecht je er niet aan.” (4)

 


 

  1. https://www.linkedin.com/pulse/enterprise-architecture-anti-pattern-zealotry-vineet-rajput
  2. https://nl.wikipedia.org/wiki/Zeloten
  3. https://nl.wikipedia.org/wiki/Cognitieve_dissonantie
  4. Gezien op linked.com, op het profiel van Barend Booi (zie foto hieronder)

doe het met liefde maar hecht je niet

Geef een reactie