vooruitgangsgeloof als made

De made van het vooruitgangsgeloof
vrat zich in het vlees van de ziel
en holde haar langzaam uit (12).

In het heetst van een lastig gesprek durf ik al eens iets zeggen waar ik later spijt van krijg. Als ik eenmaal ben afgekoeld volgen ze onvermijdelijk, de vragen. Waarom zei ik dat zo? Waarom werd ik om een pietluttigheid toch zo kwaad? Ik blijf dan een hele tijd lang peuteren en graven in mijn gevoelens, zelfbeeld en verwachtingen. “Introspectie of zelfreflectie is een term uit de psychologie. Het is een activiteit waarbij de eigen gedachten, gevoelens en herinneringen tot onderwerp van overdenking gemaakt worden.”(1) Het is een echt coole truc die wij mens-beesten hebben aangeleerd, misschien wel dé coolste truc van allemaal.

De eerste keer dat ik er zelf aan deed moet in mijn vroege puberteit zijn geweest, en ik ben er sindsdien nooit meer mee gestopt. Na dertig jaar emo-archeologie begin ik mij echter stilletjes af te vragen of er wel iets is om gevonden te worden. Ik tuur naar binnen, maar tuurt er daar van binnen ook iets terug? Misschien is introspectie niet meer dan een mentale dissectie van de werking van neuronen en chemie? Tegelijkertijd met God bande de wetenschap immers ook de ziel uit ons wereldbeeld. Daardoor kan en wil de wetenschap vandaag de hersens en hun bewustzijn niet anders zien dan als ‘computers gemaakt van vlees’ (2), en, bij uitbreiding, de mens als een machine.

Er zijn mensen die beweren dat alles inderdaad louter materie is (3), en dat diegenen die iets anders geloven dat enkel doen om hun existentiële angst te stillen. Ik ben zelf opgevoed met de verwachting dat mij na mijn dood enkel maden, schimmels, bacteriën en misschien wat kleinere aasdieren wachten. Mijn angst is dan ook niet zozeer een eindig en exclusief aards bestaan, daar heb ik al lang vrede mee. Mijn angst is vele malen groter, namelijk dat er niet zoiets zou bestaan als een ik, maar enkel natuurwetten die inspelen op energie en materie. Wat ik ‘ik’ noem zou die naam dan ook niet echt waardig zijn, als speelbal van die kosmische oorzaken en gevolgen waar het wél over kan reflecteren maar niet op kan ingrijpen. De onverschillige natuur zou het ‘ik‘ tot een machteloze gevangene herleiden die zich in zijn cel dan maar nukkig bezig houdt met een taalspel van betekenisloze begrippen als verantwoordelijkheid en trots (4).

Er valt echter wel iets te zeggen voor die materiële visie. Bovendien, stellen diens voorstanders, waarom zouden we ook zoiets als een bewustzijn nodig hebben, als de wetenschap in staat is de wereld perfect te verklaren zonder al die primitieve folklore van de ziel (5)? Op dat punt in de argumentatie moet ik echter afhaken. De immer ijverige en onvermoeibare wetenschap kent inderdaad vele grote verwezenlijkingen en confronteert daarom ook vol vertrouwen de haar nog resterende grote vragen. Maar hoe zit het met dat buigbare ruimtetijd continuüm (6)? Hoe zit het met die non-lokaliteiten (7)? Hoe zit het met donkere massa en donkere energie (8)? Stuk voor stuk zaken die menig voorstellings vermogen ver te boven gaan. Is het dan wel gerechtvaardigd om te beweren dat de wetenschap onze wereld perfect verklaard, als het nota bene die empirische wetenschap zelf is die predikt alleen dat te mogen geloven wat we kunnen zien (9)?

Aristoteles wist wel dat zien geloven is, maar ook dat geloven zien is. Hij schreef omstreeks 300 voor onze jaartelling naast zijn boeken over de fysica ook over wat voorafgaat aan onze zintuiglijke ervaring, over ‘de eerste oorzaak’. De uitgever van Aristoteles publiceerde dit werk echter onder de naam metafysica (10) en gaf hiermee aan dat dit werk op de boekenkast na de boeken over de fysica moest komen. Deze verwarring van volgorde tussen aanname en afgeleide kennis is typerend voor ons vooruitgangsgeloof: we zijn vergeten dat wetenschap onlosmakelijk vergroeid is met een welbepaalde filosofische school (11). En hoewel voorstanders van het bij wijlen zielloze vooruitgangsgeloof vurig hun standpunt verdedigen, blijft elk filosofisch standpunt uitendelijk toch een kwestie van geloof, geloof ik.

De made van het vooruitgangsgeloof
vrat zich in het vlees van de ziel
en holde haar langzaam uit (12).

 


bron foto: https://www.reference.com/pets-animals/kill-maggots-instantly-8981bcb7e909f30d

(1) Wikipedia over introspectie.
(2) “The brain is just a computer made of meat’, Marvin Minsky, geciteerd in dit artikel.
(3) Zie bijvoorbeeld dit artikel van een skepticus over de ‘mind’.
(4) Trots en verantwoordelijkheid bestaan alleen als ook een vrije wil bestaat. Een vrije wil is echter niet verzoenbaar met een universum waarin alleen materie en energie bestaat. Toch wel bijzonder dat, bij voorbeeld, het gerechtelijk systeem daar anders naar kijkt.
(5) Deze argumentatie lijn wordt in hetzelfde artikel van (3) vermeld.
(6) Ruimte en tijd blijken géén aparte fundamentele eenheden te zijn zoals door ons mens ervaren, maar zijn met elkaar verbonden. Tot die ontdekking kwam men door de vaststelling dat de snelheid van licht absoluut is en niet afhankelijk van de snelheid van diegene die het licht observeert. Zie voor meet uitleg bijvoorbeeld enkele video’s hierover over het onderwerp ruimtetijd de org, of een inleiding op wikipedia.
(7) In de klassieke wetenschap gaat men uit van lokaliteit, krachten worden alleen met eindige snelheid doorgegeven aan naburige objecten. In de quantum fysica bestaat er echter zoiets als verstrengeling van elektronen die over grote afstanden elkaar ogenblikkelijk, en dus sneller dan het licht, beïnvloeden. Einstein noemde dit al ‘spooky action at a distance
(8) Blijkbaar is slechts 5% van het universum samengesteld uit materie zoals wij die kennen. De rest is niet waarneembare donkere materie. Er bestaat ook zoiets als donkere energie, verantwoordelijk voor de versnelling van de uitdijing van het heelal. Beide grootheden zijn theoretisch gepostuleerd om observaties in het heelal te doen rijmen met de werking van de zwaartekracht en de big-bang theorie.
(9) Zien en/of meten en daarmee verklaren.
(10) In de filosofie valt metafysica onder de zijnsleer, ook wel ontologie genoemd.
(11) De wetenschapsfilosofie rust op de aannames van positivisme, reductionisme, realisme, determinisme en materialisme. Volgens het positivisme is alleen kennis over de wereld der verschijnselen mogelijk, en is daarin alles meetbaar. Volgens het reductionisme kan je complexe entiteiten steeds herleiden tot en beschrijven aan de hand van meer fundamentele entiteiten. Volgens het realisme bestaat de werkelijkheid onafhankelijk van het menselijk bewustzijn. Volgens het determinisme is alles wat gebeurt verklaarbaar uit eerdere gebeurtenissen en causale wetten. Volgens het materialisme is alles in de werkelijkheid herleidbaar tot materie, inclusief emoties en andere processen in het menselijk brein.
(12) Deze spreuk is geïnspireerd op werk van Godfried Bomans (1913-1971), en luidt oorspronkelijk “De made van het intellect heeft zich in het vlees van West-Europa gevreten en het langzaam uitgehold.”

Geef een reactie