vanwaar toch die ernst?

The Dark Knight toont een bevreemdend schouwspel tussen de Joker en Batman, “de onweerstaanbare kracht die inwerkt op het onbeweeglijk object”. Al het technisch vernuft en de financiële overmacht van Wayne Enterprises kunnen niet op tegen de Joker die met “enkel wat dynamiet, buskruit en benzine” Gotham City steeds dichter bij haar afgrond brengt. De Joker is zo succesvol dat zijn anarchistische filosofie (1) onweerstaanbaar lijkt in haar afloop.

Wanneer Batman de kans krijgt om de Joker te doden, kan hij dat niet. Het is zijn éné onbeweeglijke regel die hij niet kan of wil overtreden. Als de Joker daarna gevangen wordt genomen, gaat het van erg kwaad naar nog veel erger. Het geluk van Batman keert pas nadat hij zijn eigen ethische grenzen aftast. Wanneer tenslotte ook nog de ultieme voorspelling van de Joker niet uitkomt – dat mensen elkaar afslachten wanneer ze voor de afgrond staan – kan Batman hem eindelijk onschadelijk maken.

Toch kan deze overwinning alleen maar tijdelijk zijn. Want goedheid is enkel maar aangeleerd en afgedwongen. Goedheid is géén bewuste keuze en is dus ook niet meer dan een dun laagje vernis. Plato noemde dit de nobele leugen (2), Nietschze had het over de slavenmoraal (3). Met die wetenschap kiest Batman bewust voor de rol van de Zwarte Ridder, verguisd door de slapende stad (4) die hij vanuit de schemer toch zal beschermen. In de stille duisternis echoot het hysterisch gegniffel van de Clown. De schichtige (5) voorbijganger roept hij na “alles brandt!”. Maar de curieuze twijfelaar fluistert hij lispelend in de oren “vanwaar toch die ernst?”.

 


bron foto: ‘the lizard king’, uit eigen collectie, als verwijzing naar Jim Morrison van The Doors. Deze foto klonterde deze week natuurlijk samen met de meeste van de verwijzingen rondom deze post. Ze dansten mij vlotjes toe, alsof het ware een syncroon ballet.

(1) Het artikel ‘Everything burns: the psychology and filosofy of the Joker’ gaat in op de diepere motieven van het karakter De Joker.
(2) Plato geloofde fundamenteel niet in de gelijkheid der mensen. De nobele leugen is een concept dat Plato in zijn boek Politeia (De Staat) bespreekt, en dat dient om de sociale cohesie en rust te bewaren, terwijl de, volgens Plato, noodzakelijke ongelijkheid blijft bestaan. Zie ook de post van gisteren die de tekst integraal weergeeft.
(3) Mijn interpretatie van deze diepere kronkels van Nietschze is in deze vergelijking misschien wel wat kort door de bocht. Ik ben dan wel een fan van hem maar daarmee nog geen expert.
(4) Volgens het artikel ‘Scream of the Butterfly’ over de poëzie van Jim Morrison (The Doors), is de “slapende stad een metafoor voor de passieve aanvaarding van het status-quo, een aanklacht tegen de massa die zowel interesse als aandrang missen voor de expeditie naar de wachtende werelden, gevlijd aan onze zijde”.
(5) Angst voor de toekomst en het falen dat zij belooft, zoals ook Jean-Paul Van Bendeghem bespreekt in deze 2 minuten video van Canvas. De serieuze blik in de ogen verraadt de intrigant – “the schemer” – die risico’s probeert te beheersen om onheil te vermijden, zoals het artikel ‘ode aan het risico‘ in de correspondent.nl ook onderschrijft.

Geef een reactie