significant verward

Freud is vandaag wat verguisd. Zijn werk wordt omschreven als speculatief, niet wetenschappelijk (1) en het zou alleen maar over seks gaan. Veel van de concepten waar hij over conceptualiseerde, zoals verdringing en ontkenning, bestaan vandaag echter nog altijd in de omgangstaal (2). Een Freudiaanse verspreking is er nog zo een. Een dergelijke verspreking is niet zo maar een voorspelbaar gevolg van de faalbaarheid van al het menselijke, inclusief het spraakvemogen, neen, het is een uiting van iets dat onbewust leeft bij de spreker. Zelf vind ik versprekingen tomeloos interessant, mijn oren spitsen zich telkens als ik er een hoor. Ik reageer vaak door de verspreking luidop te herhalen – gezien mijn betweterig karakter valt dat in het verlengde van wat mensen verwachten van mij – en de meesten lachen het dan gewoon snel weg. Versprekingen worden door sommigen, net zoals dromen, gezien als een ‘koninklijke laan naar het onbewuste’ (3). Daarom zijn ze potentieel ook zo interessant, net omdat iemand in een onbewaakt moment zijn gangbaar masker vergeet.

Toen ik in het middelbaar zat, moest ik ooit een verhandeling schrijven rondom de spreuk ‘le style c’est l’homme’, van de uit de achttiende eeuw afkomstige Buffon (4). Ik herinner mij dat ik het heel moeilijk had met die uitspraak, omdat ik erg slordig was. Als die uitspraak van Buffon waar was, was mijn slordig gedrag dan een uiting van een slordig karakter? Vele jaren later kan ik mijn aangeboren luiheid wel een plaats geven, ze is simpelweg geen uiting van mijn hele karakter. Ik heb blijkbaar ook de spreuk van Buffon stilzwijgend verwelkomd. Zo ben ik ben oplettend geworden naar taalgebruik als een stijl element van het denken dat het (hopelijk) voorafging.

Recent was er een media uitschuiver van Jan Jambon, de minister van binnenlandse zaken. Hij zei dat een significant deel van de moslim gemeenschap aan het dansen was na de aanslagen in Brussel (5). Significant is een erg specifiek bijvoeglijk naamwoord, dat vooral in de statistiek wordt gebruikt en daar geldt als synoniem voor ‘betekenisvol’, en dus niet ‘verwaarloosbaar’. Je kan het woord niet zo maar vrijelijk gebruiken in een zin zonder die specifieke statistische bijklank. Als je dus zegt dat het gaat over een significant deel, dan is dat deel niet verwaarloosbaar. Maar hoeveel mensen hebben we nodig, procentueel, vooraleer we spreken van een significant deel? Een vol procent? Of is dat te weinig, en eerder een marginale minderheid?

In één van zijn reacties liet Jambon optekenen aan dergelijke ‘semantische’ discussies (6) geen tijd te willen verdoen. Jammer, ik wou toch wat beter begrijpen wat hij nu precies had bedoeld. Ik las daarom de volledige passage in het artikel dat aanleiding had gegeven tot de commotie.

“Een significant deel van de moslimgemeenschap danste naar aanleiding van de aanslagen. Ze gooiden met stenen en flessen naar politie en pers bij de arrestatie van Salah Abdeslam. Dat is het echte probleem. Terroristen kunnen we oppakken, uit de samenleving verwijderen. Maar zij zijn slechts een puist. Daaronder zit een veel moeilijker te behandelen kanker.[…] “ (5)

Puisten ontstaan natuurlijk niet door kanker, beide aandoeningen worden voor zo ver ik weet ook los van elkaar behandeld. Zijn de terroristen dan ‘gewoon maar’ een vervelende maar verder niet bedreigende huidaandoening (puisten), en bestaat er daarnaast nog een veel grotere en onbenoemde kwaal: dodelijk (7), vaak onzichtbaar en moeilijk te behandelen (kanker)? Ik hoop van niet, het leek mij nu al erg genoeg. In hetzelfde artikel verwent de minister de lezer met nog meer verwarrende beeldspraak, zo wordt de administratieve structuur van Brussel eerst met een lasagne vergeleken en haar mogelijke vereenvoudiging met een kerstdiner met achttien kalkoenen. Maar de kers op de taart is de vergelijking die Jambon eerder maakte tussen het onderduiken van de terrorist Abdeslam en Joodse onderduikers tijdens WOII, een uitspraak waar hij later wél publiekelijk op terug kwam.

Voor een simpele en luie ziel als ikzelf, is het voorgaande een aftekening van een patroon: minister Jambon is ‘de prins van de foute metafoor’. In alle intellectuele eerlijkheid, zou ik de minister wél kunnen volgen mocht hij hebben verklaard dat een significant deel van de buitenlandse Syrië strijders uit België komen. Een dergelijke uitspraak zou alvast wél ondersteund worden door feiten (8). Misschien verwarde de minister de zaken een beetje?

 


bron foto: http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/de-significante-semantiek-van-jan-jambon

(1) https://www.psychologytoday.com/articles/201203/slips-the-tongue
(2) https://nl.wikipedia.org/wiki/Psychoanalyse
(3)https://aeon.co/essays/is-the-freudian-slip-still-a-road-to-the-unconscious
(4) https://en.wikipedia.org/wiki/Georges-Louis_Leclerc,_Comte_de_Buffon
(5) http://www.standaard.be/cnt/dmf20160415_02240440
(6) http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/politiek/1.2634532
(7) Blijkbaar komt de behandeling van kanker vandaag dan toch nog in het bereik van het mogelijke: https://m.tijd.be/opinie_commentaar/Kanker_de_geneesbare_ziekte_Echt.9758062.art
(8) Grafiek over Jihadi’s in België op de CNN web-site: http://edition.cnn.com/2016/03/21/europe/belgium-terror-fight-molenbeek/

Een gedachte over “significant verward

  1. Elke keer Jambon zo een foute metafoor maakt kan ik het ook niet laten om te denken… “Man, die mens moet toch ontzettend moe zijn. Kan die nog wel goed functioneren en beslissen?”

    Voor eender welke minister…. Nachtelijke vergaderingen, onnoemelijk zware persoonlijke verantwoordelijk, een persleger dat continu doelgericht op de loer ligt om je onderuit te halen, oppositie die je steeds inhoudelijk tackeled, de bevolking die resultaat van je verwacht,…

    Tis maar te hopen dat Michel een goeie baas is ☺

Geef een reactie