op een pad naar nergens

Alice asked the Cheshire Cat, who was sitting in a tree, “What road do I take?”
The cat asked, “Where do you want to go?”
“I don’t know”, Alice answered.
“Then”, said the cat, “it really doesn’t matter, does it?”

Lewis Carroll, Alice’s Adventures in Wonderland

Afgelopen weekend kwam ik al zappend een interview tegen met een Spaanse macro economist. De man had die typisch smakelijke staccato manier om alle klinkers bijna afzonderlijk uit te spreken. Dat alleen al vond ik aangenaam om naar te luisteren, maar los daarvan had hij ook iets magnetiserends. Op élke onmogelijke vraag over wat de toekomst in petto hield vanuit dit of dat perspectief antwoordde hij telkens weer vol enthousiasme “Yésss!” waarna hij bondig en zonder aarzeling in enkele stroken de toekomst schilderde.

Arturo Bris is directeur van het ‘World Competitiveness Center’ aan de business school IMD in Lausanne. Het deel van het interview met hem (1) dat ineens al mijn zinnen op scherp zette, was toen een passage uit het werk van Lewis Carroll wed aangehaald. Professor Bris stelde toen vast dat Europa geen toekomstperspectief kan bedenken omdat, en ook waardoor, het geen keuzes maakt: Europa wil eenvoudigweg alles. Wanneer de interviewster dan aan Arturo vroeg welke stappen België kan nemen om haar internationale concurrentiële positie te verbeteren, ging het ook weer over het nemen van fundamentele keuzes.

Het toeval wil dat ik de passage van Alice in Wonderland over het “lukraak pad” zelf regelmatig durf aanhalen als het over stuurloosheid gaat in organisaties. Besluiteloosheid ligt heel dicht bij angst. Angst om de verkeerde keuze te maken, waardoor je zelf iets veel beter misloopt, of waardoor je andere mensen serieus te kort doet. Besluiteloosheid ligt ook heel dicht bij neerslachtigheid, hoe minder goed je aanvoelt wat er toe doet voor jezelf, hoe moeilijker elke keuze wordt.

Individuen, groepen, landen en bijna een volledig continent vallen blijkbaar ten prooi aan die besluiteloosheid. Als dit dan zo universeel zou zijn bij ons, is het dan misschien een kenmerk van onze Westerse cultuur? Volgens Arturo zijn overheden in Aziatische culturen alvast wél in staat om een toekomstperspectief te bieden, gebaseerd op duidelijke keuzes. Onderzoek toont alvast dat angststoornissen in België bijna dubbel zo hoog liggen dan in Japan maar dat Amerika wel de absolute koploper is (2). En ook de cijfers voor stemming stoornissen volgen een gelijkaardige verhouding (3). Als besluiteloosheid inderdaad samenhangt met angst en neerslachtigheid dan zouden volgens die redenering Japanners inderdaad slagkrachtiger moeten zijn dan Belgen en veel meer dan Amerikanen.

Dit deed me terug denken aan een onvergetelijke cursus van Luc De Haes over interculturele verschillen die ik volgde in het BIR programma in 2008 (4). Ik nam zijn boek ter hand, en tot mijn stomme verbazing stak daar als bladwijzer een kaartje in voor de tentoonstelling ‘ALICE in MUseum WonderLAND’. Los van dit geval van pure synchroniciteit, vond ik inderdaad tussen één van de zeven typerende culturele dimensies (5) wat ik zocht: de mate waarin een cultuur gelooft dat ze de natuur kan temmen. Aan de ene extreme kant van de schaal is de Amerikaan die gelooft in de maakbaarheid van de mens en omgeving, aan de andere kant de Boeddhist die gelooft in de harmonie in en met een groter geheel.

Het lijkt er dus op dat de prijs die we in het Westen betalen voor ons blind geloof in maakbaarheid extra neuroses en depressies zijn. Na aanvankelijk onschuldig lijkend gepieker over de juiste weg jammeren we uiteindelijk dat we op een pad naar nergens zitten. Blijkbaar kan dat toch anders. Door eerder de reis dan de bestemming te waarderen.

“I mean, what have you got to lose?
You know, you come from nothing
You’re going back to nothing
What have you lost? Nothing!”

Always look on the bright side of life, Monty Pyhton


(1) Het interview was op Kanaal Z, je kan het hier vinden.
(2) 13.1% voor België, 6.9% voor Japan en 31.0% voor Amerika. “The global burden of mental disorders: An update from the WHO World Mental Health (WMH) Surveys”, Epidemiol Psichiatr Soc. 2009 ; 18(1): 23–33, Table 1 “Lifetime prevalence estimates of DSM-IV/CIDI disorders in the WMH surveys”. Rapport hier beschikbaar.
(3) 14.1% voor België, 7.6% voor Japan en 21.4% voor Amerika. Zelfde bron als bovenstaande referentie.
(4) BIR staat voor Bedrijfskundig Ingenieur en is een techno MBA programma gericht op ingenieurs profielen. Het is een absolute aanrader. Meer informatie vind je op de site van de vakgroep. Het boek van Luc De Haes heet ‘Groeien in het buitenland’.
(5) De zeven dimensies zijn een model uit 1997 van Fons Trompenaars en Charles Hampden-Turner. Je kan er meer informatie over vinden op deze site. De dimensie ‘internal direction versus outer direction’ wordt door psychologen ook wel ‘locus-of-control’ genoemd, beheersingsoriëntatie in het Nederlands. Ik vond in mijn korte speurtocht doorheen publiek beschikbare bronnen rondom de relatie tussen ‘locus-of-control’ en ‘anxiety disorder’ niet direct een bevestiging van wat ik suggereer in mijn artikel, hoewel ik dat zo aanvoel en ook al eerder beschreef (“Getting your ducks in a row” en “Uiteindelijk komt alles goed. Zoniet, dan is het nog niet het einde” en “de duisternis van de verlichting” en “Absurditeit is waarheid gespiegeld in de onverschillige werkelijkheid” en …). Een uitvoerige analyse van mijn hypothese vereist degelijk en interdisciplinair wetenschappelijk werk. Uiteraard blijf ik  geïnteresseerd in suggesties van relevante literatuur.

8 gedachten over “op een pad naar nergens

  1. Topschrijfsel! First things first. The 7 habits. Stephen Covey. Het blijft een uitdaging voor zovele mensen en organisaties.

    Weten wat je wil is dan nog 1 ding. Daarin keuzes maken een 2de. Die keuzes tot een resultaat brengen, een vaak erg moeilijke derde.

    Davey

    • Leuk dat je het leuk vond, nog leuker dat je reageert. Mijn cursor is al vele malen blijven hangen boven het ‘order now’ knopje wanneer ik dat boek bekeek. En elke keer weer lees ik eerst een synopsis – ik probeer met wisselend succes mijn impulsieve aankopen van boeken enigzins in te tomen – en besloot ik dan toch maar het boek niet te kopen. Ik heb een hele collectie zelfhulp boeken in mijn kast staan, maar ik ben een heel tijdje geleden gestopt met aankopen uit die categorie. De titel van dit specifiek boek wrijft mij ook tegen de haren: moeten mensen effectief zijn? Iets of iemand is effectief wanneer het beoogd doel wordt bereikt. Dat een machine effectief moet zijn, dat begrijp ik, als ingenieur. Dat een mens effectief moet of kan zijn, of bij uitbreiding een verzameling van mensen, een organiatie, daarover begin ik meer en meer te twijfelen. In de komende weken ga ik daar iets meer over delen. Dat gezegd zijnde, als je mij nu voor de vermoedelijk twintigste keer nogmaals herhaalt: “Svend lees dat boek nu gewoon”, dan doe ik het deze keer en zal ik er ook iets over schrijven.

Geef een reactie