is het grappig als niemand lacht?

Onlangs waren een paar collega’s bezig over een aanbesteding dossier. Ze waren verwonderd dat de blinkende cijfermatige score voor de beste leverancier een stevig stuk buikgevoel toch niet kon verbergen. ‘Objectief beschouwd kunnen we alleen maar subjectief zijn’, pikte ik in. ‘Oh, maar zo filosofisch’ klonk er bijna in koor en de hoofden draaiden terug naar de schermen, als in een synchroon waterballet, waarop iedereen zijn werk hervatte. En toen was het aan mij om verwonderd te zijn. Ik ben de eerste om toe te geven dat ik raar ben, ik heb daar al lang vrede mee, maar een dergelijke uitspraak klasseer ik niet direct onder filosofisch en dus als instant gespreksdoder. Bovendien is ze grappig, de boodschap ‘objectiviteit bestaat niet voor ons subjecten’ wordt gebracht met een logische tegenspraak in de zin. Ja, echt hilarisch, daarom lachte ook niemand. Uiteraard is ze wel filosofisch, omdat ze een uitspraak doet over het bestaan en over wat we kunnen weten. Ik bedoel alleen, dit is geen zwaar filosofische uitspraak, het is eerder een soort van filosofische platitude. Om te beginnen zit het in de kern van ons duaal denken om de wereld op te delen in doosjes, objecten, die door ons waarnemers, subjecten, worden waargenomen. Maar dat is louter conventie en taal, geen waarheid. Daarenboven zitten gebrekkige kennis, selectieve aandacht en persoonlijke voorkeur allemaal stilletjes te fluisteren in het hoofd van de waarnemer terwijl die zijn waarnemingen doet. Hoe kan onder die omstandigheden ooit een objectieve vaststelling ontstaan, een zuiver onafhankelijke en feitelijke waarneming? Als dat mogelijk zou zijn, dan komt toch iedereen los van elkaar tot diezelfde objectieve waarneming? En dan zouden we met zijn allen niet zoveel tijd moeten besteden aan onderzoeken, beschrijven en vooral aan discuteren. Toegegeven, er zijn wel mensen die de intentie hebben om objectief te zijn, ik zit zelf in dat clubje. Maar objectieve kennis zelf blijft iets ongrijpbaar, even mysterieus als het leven. Het doet mij denken aan een installatie die we een tijdje geleden op vakantie zagen, op bezoek in een als museum ingerichte bunker. Het kunstwerk was een glazen kast waarin een ventilator zat die pluizig-witte paardenbloemen deed rondvliegen. Alleen lagen die paardenbloemen onbeweeglijk op de bodem te rotten toen wij het kunstwerk zagen, waarschijnlijk dankzij de vochtigheid van de bunker. Het geheel maakte maar een morbide indruk. Het was alleen doordat er naast de installatie een foto lag van hoe die eruit zag bij de vernissage, dat ik begreep naar wat ik keek: van zodra je het leven in dozen steekt, sterft het.

na

Geef een reactie