het tijdloze en universele

Hoe ouder ik wordt, hoe minder nog ik wil oordelen. Het voelt soms bijna dwingend aan, alhoewel ik niet begrijp waar die drang vandaan kan komen, gezien mijn atheïstische opvoeding (1). Om een oordeel te kunnen vellen, moet er een maatstaf zijn waartegen iemand iets of iemand anders afmeet: te groot, te klein, te dun, te dik, te slim, te dom, te extravert, te introvert, te snob, te marginaal, … Mijn terughoudendheid naar oordelen komt voort uit een grondige twijfel naar algemeen geldige maatstaven.

Neem nu als voorbeeld de meter. De meter als lengtemaat, een maatstaf die je letterlijk kan vastpakken, kent een merkwaardige geschiedenis. Om te komen tot een nieuwe, stabiele en nauwkeurige standaard voor de lengte, definieerde men in 1791 de meter. Men stelde hierbij dat de lengte van de nulmeridiaan 40.000 km zou zijn (2). Die afstand fysiek meten was onbegonnen werk. Zelfs de afstand tussen de Noordpool en de evenaar, één vierde van die meridiaan, was nog steeds 10.000 km en daarmee een onbezonnen avontuur. Maar de afstand tussen Duinkerke en Barcelona, beide steden verbonden door de nulmeridiaan doorheen Parijs (3), was nog maar 1.000 km en daarmee wel een haalbaar project. Daarom zond Frankrijk twee van haar wetenschappers uit op verkenning om de afstand tussen Duinkerke en Barcelona te bepalen via driehoeksmeting.

De twee mannen spendeerden de volgende zeven jaar van hun leven om die afstand op te nemen, gehinderd in hun mars door de Franse revolutie en een oorlog tussen Frankrijk en Spanje. Na al hun inspanning kon men dan eindelijk een meter maken, vervaardigd uit platina. Het gebruik van die meter bleek echter wel meetfouten te geven, omdat het metaal zelf te zacht was en omdat de rechthoekige doorsnede te weinig weerstand bood aan torsie. De meter bleek zelf dan ook nog eens 0,2 millimeter te kort te zijn door meetfouten en het feit dat de afplatting van de aarde niet was doorgerekend. Sinds 1983, pakweg 200 jaar na dat eerste pionierswerk en huzarenstuk, heeft de definitie van de meter nog maar een fout van 0,1 nanometer (4) en is sindsdien stabiel gebleven. De meter is ook onderdeel geworden van het metriek stelsel, dat ondertussen wereldwijd als wettelijke standaard geld, behalve dan in Liberia, Myanmar en … de Verenigde Staten (5).

Dat maatstaven een geschiedenis kunnen hebben rechtvaardigt alvast terughoudendheid om ze te gebruiken als een absolute referentie. Maatstaven blijken conventies van groepen van mensen te zijn, geldig voor een bepaalde periode. En toch snakken we allemaal, ook ik, al sinds onze ontstaansgeschiedenis nog steeds naar de houvast van het tijdloze en het universele. Mocht er al zoiets bestaan, dan zal het alvast niet tastbaar zijn, want al het tastbare blijkt vergankelijk en slipt ons door onze handen als ware het zand. Zonder oordelen vloeien we in elkaar over, herkennen we onszelf in de andere en vervolgen ons pad zonder iets af te willen dwingen van de kosmos. Is die houding de verborgen innerlijke poort naar het tijdloze en universele?

“And I see all of your creations as one perfect complex
No one less beautiful or more special than the next
We are all blessed and so wise to accept
Thy will Love be done”

Love thy will be done, Martika, Prince, 1991


(1) “Gij zult niet oordelen” komt wel uit de bijbel maar is geen onderdeel van de tien geboden. Parate kennis voor velen, maar ik moet het zelf telkens weer opzoeken.
(2) In die tijd werd er in Frankrijk gerekend met revolutionaire concepten zoals 400 graden in plaats van de 360° die we vandaag gewoon zijn. Daardoor is de lengte van de aarde een veelvoud van vier.
(3) De nulmeridiaan gaat ondertussen doorheen Greenwhich.
(4) Elementen verzameld uit verschillende publieke bronnen: http://users.belgacom.net/magio/geschiedenis.htm, https://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Baptiste_Joseph_Delambre#Moeizame_bepaling_van_de_meter, http://www.delta.tudelft.nl/artikel/hoe-de-meter-een-meter-lang-werd/1367,

Geef een reactie