Het einde van de vanzelfsprekendheid?

Mijn ouders verhuizen van het huis waarin ik opgroeide naar een meer praktisch appartement. Gisteren zijn we officieel gestart met het leeghalen van het ‘ouderlijk’ huis. Samen met mijn zus ging ik door de boeken op de twee bovenverdiepingen, met mijn eigen kinderen bekeek ik de lego stukken uit mijn jeugd en ik ging ook door de CD en platen collectie van mijn papa. Mijn moeder had ook ‘mijn’ oude koffie mokken apart gezet. Ik heb nog een oude malachiet steen die altijd op mijn slaap kamer heeft gestaan. Het is gewoon een domme steen, maar ik ken hem, ik heb hem zo vaak vast gehad, die moest gewoon mee. Ik heb ook die oude IBM computer meegenomen. Het moet letterlijk een museum stuk zijn. Ik weet niet wat ik ermee ga doen, niet veel praktisch, dat is zeker, maar ik kon die computer niet laten staan en haar stilletjes laten verdwijnen naar het container park. Ook die computer staat symbool voor de vervlogen tijd van weleer.

Maar ik kan het niet allemaal omarmen en meenemen, want de desintegratie is al begonnen, het uit elkaar te halen, het onthuizen van ons huis, het opdelen van die grote amorfe brok herinnering in stukjes herinneringen. Het raakt mij, onverwacht, erg hard. Ik wist niet dat die emoties daar waren, maar toch, daar zijn ze. Ik ken dat huis, hoe de trap kraakt, hoe de stenen die los zitten in de eetkamer krassen als je erover loopt, welk geluid welke deuren maken. Dat huis en ik hebben een geschiedenis.

Maar het gaat niet over dat huis, ik heb eerder een geschiedenis met mijn ouders, met mijn zus. Het huis is als een museum voor die geschiedenis, met haar hoekjes, geurtjes, geluidjes. De toekomst waarin ik er nooit meer in zal slapen, of nooit meer een voet in zal zetten, is niet veraf. Een maand. Ik, die het zo gemakkelijk “de veranderlijkheid der zaken” in de mond neem, krijg nu ineens een volle lading verandering die mij uit evenwicht brengt, het snijdt in mijn wortels.

En wat misschien nog het meeste pijn doet is dat dit huis mijn symbool is van de vanzelfsprekendheid. Het is de plaats waar ik altijd welkom was, waar ik mezelf kon zijn, waar er warmte was voor mij, waar ik speelde met mijn hond en katten, waarin ik prutste op de computer, waarrond ik de straten affietste, vanwaar ik naar de muziekschool ging, naar de atletiek, in alle weekdagen van en naar school, waar ik ’s nachts terug naar toe kwam na de vrijdag avond uitgaan, van waaruit we op vakantie vertrokken. Het is de plaats waar ik van kind tot tiener werd, van tiener tot jongvolwassene. En nu wordt in dat museum de permanente expositie afgebroken, ta panta rhei …

Het ga je goed, schuttersgang 28. Ik zal af en toe nog eens voor je voorgevel komen mijmeren, als je dat niet erg vindt. De warmte, in mij, rond mij, die neem ik wel mee, je nieuwe bewoners zullen een nieuwe en andere warmte meebrengen. Adieu.

Een gedachte over “Het einde van de vanzelfsprekendheid?

  1. Zeer mooi verwoord broer … Helaas ook zo waar. Ik stop het weg al die emotie en werk zo goed en zo kwaad als het kan door. Het ben niet ik die een boek moet uitbrengen, maar jij <3

Geef een reactie