de lome gratie van Tigra

Onze kat, Tigra, is een ongelooflijk wezen. Vaak komt ze ’s ochtends na een nachtje stappen aan de tuindeur staan mauwen om binnen te mogen (we hebben geen kattenluik). Eens binnen, rekt ze zich eerst uit, haar twee voorste pootjes uitgerekt, haar poep in de lucht en haar kopje naar voor en naar boven. Daarna geeft ze kopjes en mauwtjes tot één van ons door heeft dat ze geen knuffels wil, maar gewoon haar voer.

Als ze dat dan uiterst gracieus heeft binnen gewerkt, nestelt ze zich ergens op één van haar favoriete plekjes. De antieke bureau stoel van mijn grootvader in de eetkamer. Het bureau blad in de slaapkamer van de dochter. Of op het bed daar, verscholen tussen een leger knuffels. Op de bureau stoel in de slaapkamer van de zoon. Of onder zijn speeltafeltje van Cars, dat hij eigenlijk al twee jaar ontgroeid is. Ze durft zich ook gewoon halfweg op de trap te leggen. Of op het speciaal zacht dekentje op het bed van mijn vrouw en mezelf.

Uren later, als ze eenmaal haar roes heeft uitgeslapen komt ze weer voor de tuindeur mauwen, nu om naar buiten te mogen. Als de zon de terrastegels heeft verwarmd, dan legt ze zich eerst lang uitgerekt op de tegels, en draait zich daarna traag een paar keer rond.

Volkomen en ongegeneerd ontspannen.

Die lome gratie benijd ik.

Misschien wordt ik er zelf ook wel door besmet door haar (nog) wat meer knuffels te geven.

Begin ik meteen aan. Tigra? Miauw!

Een gedachte over “de lome gratie van Tigra

Geef een reactie