de fonkelende marginalen

Domheid. Het is de meest tragische epidemie die de mensheid ooit heeft getroffen. Wanneer het precies allemaal is begonnen, is niet duidelijk. Maar het is wel duidelijk dat ondertussen het hoogtepunt is bereikt. Er is slechts een kleine minderheid aan mensen die resistent bleek. Een erg kleine minderheid en zo niet, dan toch wel een érg stille meerderheid.

Volgens de gangbare sociologische en psychologische afspraken is de minderheid de afwijking van de norm die wordt gevormd door de meerderheid. Eenmaal de afwijkingen zijn benoemd, dan worden ze best ook direct (weg) behandeld.

En die norm stelt dat je luid moet zijn. Je moet ondernemend zijn. Je moet zelfzeker zijn. Je moet succesvol zijn. Je moet er goed uitzien. Er is een hele lijst aan laagjes die je over jezelf moet heen trekken, totdat je er glimmend en egaal uitziet. Ongenaakbaar perfect en eenvormig, conform aan de norm. Net zoals het hoort voor een flink plastieken serieproduct.

Plastieken mensen haal je er dan ook zo uit. Wat ze zeggen menen ze vaak niet echt, het is een herhaling van wat iedereen zegt. Taalkundig is het meestal dan ook niet zo precies en met logisch redeneren lukt het zelfs nog minder. Als je doorvraagt op één onderwerp, dan wordt er sneller gesproken, of gewoon luider, met termen gegoocheld of van onderwerp veranderd. Omdat er geen échte diepgang is. En hoe meer mensen hieraan – al dan niet stilzwijgend – meedoen, hoe sneller al de rest uiteindelijk ook volgt: “monkey see, monkey do”. Dat is nu net de domheid van ondertussen epidemische aard: de aarzeling om gewoon je instinct te volgen en je te verzetten tegen wat onecht aanvoelt.

Misschien is het dan ook eerder lafheid dan domheid. Wat het ook zij, het is de zich zelf versterkende reden dat plastieken mensen de norm zijn. Kwetsbaarheid, oprechtheid, authenticiteit en verbondenheid horen daar niet meer bij. Dat soort termen horen eerder onder één van die paraplu termen voor ‘marginalen’, zoals ‘hoog-sensitiviteit’ of autisme-spectrum-syndroom.

Het is de wereld op zijn kop. De mensen met moed, die zich kwetsbaar durven opstellen, open, en met hun ware gelaat naar buiten komen worden geminacht net door de mensen die hun angst wegmoffelen onder dikke lagen plastiek.

Zelf stoor ik mij daar niet meer zo aan. Maar sommige jonge mensen rondom mij, nog in volle sociale ontwikkeling en daardoor nog o zo kwetsbaar, kunnen wél al vroeg erg hard worden gekwetst, geïsoleerd of gemarginaliseerd. Volledig onterecht en onrechtvaardig vind ik zo iets, en daar … daar kan ik mij wél erg in opwinden. Daarom, wil ik langs deze weg jullie hulde brengen voor jullie moed om marginaal te durven zijn en eenvoudigweg jezelf te blijven. Dat is dan ook het énige pad naar geluk. Ga dus door en laat ze je vooral niet stoppen met te schitteren!


bron foto: ik leerde dit kunstwerk kennen door een artikeltje in De Standaard, van Joke Van Caesbroeck die filosofe Alicja Gescinska interviewt:

“Iedereen ziet iedereen zitten, maar niemand kan naar elkaar toe. Iedereen zit in zijn eigen groepje, op zijn eigen eilandje. Eenzaam, geïsoleerd. En allemaal weten ze: ooit dooft ook ons vuur. In het echte leven is het net zo.”

De foto zelf komt van deze locatie: https://www.wikiart.org/en/zdislav-beksinski/untitled-1978-1

Geef een reactie