AI als het moderne monster van Frankenstein

AI, artificiële intelligentie, omringt ons: het zit in je smartphone als spraak assistent, in je web browser als zoek functie, in de software van zelfrijdende wagens, in de aansturing van elektriciteitscentrales, in de logica die financiële handel in milliseconden mogelijk maakt en ook in het hart van ‘killer drones’. Niet alleen is AI erg krachtig, het overstijgt in gespecialiseerde taken zelfs haar uitvinder, de mens. Zo is de beste schaker van de wereld vandaag een computer van IBM, genaamd Watson (1).

Een hele groep mensen kijken dan ook vol enthousiasme naar de exponentiële vooruitgang van AI, die sinds de laatste 40 jaar mee gedreven wordt door de wet van Moore, waarbij elke twee jaar de rekenkracht van computers verdubbelt (2). Volgens believers komt er noodzakelijkerwijze een tijd waarop AI de intelligentie van de mens evenaart. Als AI dan ook nog eens zelf lerend is, met die typische snelheid van computers, dan zal het de intelligentie van de mens snel achter zich laten en zal de mens voor het eerst de planeet moeten delen met een ‘soort’ slimmer dan zichzelf. Dit punt in de tijd wordt singularity genoemd, we hebben geen modellen om te voorspellen wat er daarna komt.

Singularity zou er al kunnen zijn in 2030, in 2045 (3), of ten laatste over 100 jaar volgens de believers. Die technologische optimisten geloven dat dan het tijdperk van onsterfelijkheid aanbreekt: je laadt je bewustzijn gewoon op in een computer. Dat is nu ook precies de reden waarom ik nooit verder las over dit fenoneem, het is allemaal wat té fantastisch. Totdat ik een artikel (4) tegenkwam dat creativiteit, toch wel een typische menselijke trek, met AI associeert. Als AI een verhaal kan schrijven (met zelfs al een verfilming), waarom zou het uiteindelijk dan ook niet kunnen denken? En als AI kan denken, en dit beter dan mensen, waarom zou het dan een vreedzame relatie aangaan met de bewoners van de planeet die dezelfde aardse middelen en energie begeren?

Die reden is er niet, althans niet volgens James Barrat, die het heeft over AI als ‘Our final invention’ in zijn boek met gelijknamige titel. Het is vlot geschreven, informatief en wordt ook geprezen voor zijn volledigheid en referenties naar wetenschappelijk materiaal. Maar naarmate ik mij door het einde van het boek worstelde, had ik steeds meer moeite met diens pessimisme. Dat technologisch pessimisme is dan ook eeuwenoud en terug te vinden in vele verhalen. De jonge Icarus die samen met zijn vader van een eiland ontsnapte door een vogelpak van veren en kaarsvet maar in zijn enthousiasme te hoog vliegt bij de zon, waardoor het kaarsvet smelt en Icarus (5) beneden naar zijn dood stort. Of de Golem (6) uit de Joodse traditie, uit klei gemaakt en leven ingeblazen door een rabbijn, die ten dienste staat van zijn schepper maar zich uiteindelijk tegen hem keert. Zo ook het door Disney vertolkte verhaal van de leerling tovenaar die bezems betovert om zijn taken over te nemen, maar de bezems blijken uiteindelijk overijverig en brengen de leerling in de problemen (7). Die destructieve overmoed om ons lot te willen overstijgen kan toch ook alleen maar leiden tot ‘de toorn van God’, niet? Dat thema komt alvast helemaal tot uiting in Frankenstein (8) (9).

Naast technologisch pessimisme, kleurt ook existentiële angst de discussie rondom AI. Zij die aanvaarden dat alles materieel is, lichaam én geest, moeten ook aanvaarden dat machines ons ooit zullen evenaren en voorbijsteken. Dat is alvast ook de visie van de vele dramatische voorbeelden als in ‘2001 A Space Odyssey’, ‘The Terminator’, ‘The Matrix’ en ‘I, Robot’ waarbij de mens uiteindelijk lijnrecht tegenover de zelfstandig handelende machine komt te staan met een flinterdunne overlevingskans. Maar enkel mensen denken, machines doen dat niet, en zullen dat ook nooit doen. Machines voeren gespecialiseerde taken uit die denken imiteren, en daar stopt het. Maar dat is louter een filosofische positie (10). Ik ga er namelijk van uit dat het nabootsen van de werking van het menselijk brein niet tot zelfstandig handelen leidt, dat blijft het exclusieve terrein van het immer mysterieuze en onnavolgbare leven.

Het belooft flink verwarrend te worden als machines het dan toch zouden overnemen. Wat als de Terminator terug wordt gestuurd in de tijd om Jezus te redden van het kruis? Dan zal onze geschiedenis er helemaal anders uitzien. In de tussentijd kunnen we maar best goed lachen, onderstaand filmpje zal daar al zeker in helpen.


bron foto: Dr. David Bowman ontkoppelt de computer HAL9000 in de film 2001 A Space Odysey. David is genoodzaakt dit te doen wanneer de computer de missie overneemt als hij door heeft dat de mensen hem willen afkoppelen, zoals blijkt uit volgende dialoog tussen David en HAL:

“Open the pod bay doors, please, Hal.”
“I’m sorry, Dave. I’m afraid I can’t do that.”

(1) Deze voorbeelden komen uit het boek ‘Our final invention’ van James Barrat.
(2) https://en.wikipedia.org/wiki/Moore%27s_law
(3) https://en.wikipedia.org/wiki/Technological_singularity
(4) https://www.linkedin.com/pulse/computers-becoming-more-creative-were-ready-laurence-van-elegem
(5) https://en.wikipedia.org/wiki/Icarus
(6) https://en.wikipedia.org/wiki/Golem
(7) https://nl.wikipedia.org/wiki/De_tovenaarsleerling_(ballade)
(8) https://en.wikipedia.org/wiki/Frankenstein
(9) Frankenstein heeft als ondertitel de moderne Prometheus. Prometheus was de Titaan in de Griekse Mythologie die de mens schiep en ook het vuur stal van de Goden om het aan de mens te schenken. Hij werd hier eeuwig voor gestraft. https://en.wikipedia.org/wiki/Prometheus
(10) Met name de dualistische positie van geest en lichaam versus de materialistische visie, zie hiervoor bijvoorbeeld de sectie over ‘Dualisme versus materialisme’ op de Wikipedia pagina over bewustzijn.

Geef een reactie