je moet mensen strelen of kelen

Vanaf mijn eerste contact op de schoolbanken met het Machiavellisme, heb ik het er moeilijk mee gehad. Ik heb het vooral leren kennen als ‘het doel heiligt de middelen’, en dat is, voor de goed orde, vies. En toch. Toch is de mens een sociaal dier, sociale dieren begeven zich in groepen, en in groepen heb je leiders en volgers. En de vraag rijst of leiders wel op dezelfde manier kijken naar ‘het doel’ als de volgers. En toen ik laatst een vertaling van Il Principe[i] (de heerser) meenam uit de boekenwinkel en die in mijn boekenkast plaatste, merkte ik dat ik er al een eerdere vertaling van bezat. Blijkbaar was het niet de eerste keer dat ik mezelf hierin wou verdiepen. Ik was nu vooral geïnteresseerd in het opsnuiven van het wezen van dit werk uit 1513, en in de vraag of er énkel koele berekening in schuilt.

Welnu, ik kan niet bevestigend op die vraag antwoorden. Ik kan na het lezen van dit werk niet besluiten dat deze zienswijze een bepaalde moraliteit uitsluit. Wat ik wel kan besluiten is dat ze vooral een praktische insteek predikt, die een leider (heerser) best volgt als hij zijn doel wil bereiken. Dat dit doel binnen een bepaalde morele context is gevormd wordt nergens in vraag gesteld. Er wordt wel gesteld dat de moraliteit van een leider niet dezelfde regels volgt is als die van zijn volgers[ii] en dat de handelswijze van de leider vooral praktisch is, gericht op het bewaken van de bron van zijn macht.

Dit lijkt een louter praktische beschouwing te zijn, maar maak geen vergissing, de toepassing ervan is meedogenloos. Ter illustratie, het droog advies van Machiavelli bij het verwerven van een nieuw gebied[iii] is “[o]m het bezit van zo’n gebied veilig te stellen is het voldoende om de vorstelijke familie die er regeerde onschadelijk te maken”[iv]. De reden waarom dit onschadelijk maken noodzakelijk is, is eenvoudig: “[…] je moet mensen strelen of kelen: want voor milde maatregelen die hen treffen nemen ze wraak, en tegen meedogenloze maatregelen staan ze machteloos. En dus moet je mensen, als je ze treft, zo hard treffen dat je voor hun wraak niet beducht hoeft te zijn.”[v]

Dit advies doet mij denken aan het gezegde ‘zachte heelmeesters maken stinkende wonden’. Dokters hebben natuurlijk wel zoiets als de eed van Hippocrates die onder andere ook inhoudt “nooit iemand kwaad te doen“, dus ik geef toe dat de vergelijking niet ideaal is. Maar als de beginnende wonde een ziekte is aan de bron van je macht, mag je inderdaad geen halve maatregelen treffen als je wenst dat die bron niet helemaal verrot. Want mocht het zover komen dan verdwijnt met de bron ook de eraan onttrokken macht zelf en het potentieel van die macht. En als je die lijn van denken volgt, dan komt de zachtheid van het gezegde volledig tot uiting: ben je inderdaad geneigd zacht te zijn en mensen te sparen voor het ongemak van de korte pijn, dan mag je verwachten dat dit je macht uitholt waardoor je uiteindelijk je eigen objectieven ondergraaft. De goede dokter, in tegenstelling tot de zachte dokter, kiest hier dus resoluut voor de korte pijn, zelfs als de patiënt hier niet mee instemt, de goede dokter weet het immers beter. “[…] want met een handvol exemplarische maatregelen zal hij barmhartiger zijn dan diegenen die door overdreven barmhartigheid de zaak uit de hand laat lopen […]. Want onder dit laatste lijdt doorgaans een hele gemeenschap, en onder harde maatregelen van een vorst lijdt slechts een enkeling”[vi]

Met een aparte twist wordt er verder ook uitgelegd dat er nog een extra reden is waarom de dokter het beter weet: de patiënten zijn onwetend en bovendien niet te vertrouwen. “Want iemand die zich in elk opzicht goed wil betonen, gaat onvermijdelijk te gronde te midden van de velen die niet goed zijn.”[vii] Dit is een variatie op het thema dat ik ook aanhaal in waarheid is conventie, waarde niet. Wat als goed wordt bestempeld door de gemeenschap (de volgers) is inderdaad een conventie, wat je als individu (de leider) goed vindt is niet voor discussie vatbaar. En het is die volgzaamheid van de massa, haar drang naar conventionaliteit, dat als wapen tegen haar wordt gebruikt “weinigen durven niet in te gaan tegen de mening van de velen”[viii] “[…] de massa wordt gewonnen met de schijn der dingen […] voor de enkeling is geen plaats als de massa ergens steun kan zoeken”

De goede heerser zelf kunnen we herkennen aan een aantal kenmerken, maar vooral zijn onafhankelijkheid, die hij heeft dankzijn zijn bron. Hij moet dan ook voor alles ervoor waken “[niet] de speelbal [te] worden van andermans willekeur”[ix]. Die onafhankelijkheid zie je ook in zijn daadkracht: hij is omringd door een bekwaam team van medewerkers[x] (een slechte heerser is dus omringd door onbekwame medewerkers), bezit zelf over de nodige competenties[xi], laat zich bijstaan door adviseurs, maar neemt zijn besluiten zelf en komt daar niet op terug[xii]. “Wie anders handelt, wordt of door hielenlikkers naar de ondergang gevoerd of verandert door alle adviezen die hem worden verstrekt voortdurend van mening, zodat men geen respect meer voor hem heeft.”[xiii] Dit is een erg bondige behandeling van hetzelfde thema in mijn eigen artikel over het delegeren van kritisch denken.

Maar zelfs voor deze goede heerser bestaat geen garantie voor onafgebroken succes, “[g]egeven […] het feit dat de fortuin de tijden doet veranderen en de mensen hardnekkig aan hun aanpak vasthouden, is mijn conclusie dat mensen succes hebben zolang beide zaken harmoniëren, en dat [ze] succes zien ophouden als dat niet meer het geval is.”[xiv] Ook deze denkwijze is mij niet vreemd (zie bijvoorbeeld de sectie Hoop als gedeeld project in waarom projecten blijven falen).

Tot mijn eigen verrassing vond ik dus toch wat parallellen met dit klassiek en berucht werk en mijn eigen denken, alhoewel niemand mij ervan zal verdenken een actieve Machiavellist te zijn, eerder het tegendeel. Maar wat is wijsheid in deze? Vanaf het moment dat je zelf een doel stelt, als sociaal dier binnen een groep, zal je best de regels van de jacht volgen of aanvaarden ze te ondergaan. Ben je jager of prooi? Of met de woorden van Machiavelli: “Wie ongewapend is, is geen partij voor wie gewapend is”[xv].

[i] De editie die ik heb gelezen is Il Principe, vertaald, ingeleid en van aantekening voorzien door Paul van Heck, bij uitgeverij Ambo, 2012. Deze editie geeft eerst een uitgebreide inleiding op de historische context en ook over de persoon Niccolo Machiavelli zelf, alvorens de tekst te behandelen. Verder zijn er uitgebreide aantekeningen over de vertaling en duiding over historische figuren of evenementen uit de brontekst.

[ii] “En daarom dient een vorst zo verstandig te zijn de schande te vermijden van de ondeugden die hem de macht zouden kosten, en de ondeugden die hem de macht niet zouden kosten te vermijden indien mogelijk; maar als dat niet mogelijk is, laat hij zich niet bezwaard voelen om dienovereenkomstig te handelen.” Pg. 169 al. 11

[iii] dat tot hetzelfde land behoort en dezelfde taal gebruikt als het reeds veroverd gebied

[iv] Pg. 123 al. 10

[v] Pg. 124 al. 18

[vi][vi] Pg. 172 al. 4

[vii] Pg. 169 al. 5

[viii] Pg. 177 al. 17

[ix][ix][ix] Pg. 198 al. 21

[x] “Wil men zich een idee vormen van de intelligentie van een vorst, dan dient men op de eerste plaats te kijken naar de mensen met wie hij zich heeft omringd. Zijn die capabel en trouw, dan kan hij altijd als intelligent worden aangemerkt, omdat hij hun capaciteiten heeft weten te onderkennen en hun trouw heeft weten af te dwingen. Zijn zij dat niet, dan zal het oordeel over hem altijd ongunstig moeten zijn: want dat is de fout die hij bij deze keuze maakt, alleen maar zijn eerste fout”. Pg. 196 al. 2

[xi] ”[…] een vorst die zelf van inzicht is gespeend, valt ook niet goed te adviseren”. Pg. 197 al.4

[xii] “[…] een verstandig vorst […] dient in zijn apparaat een aantal wijze mannen op te nemen, en alleen deze uitverkorenen toe te staan vrijuit te spreken, en alleen over zaken waarnaar hij informeert […]. Vervolgens dient hij naar eigen goeddunken te besluiten.” Pg. 197 al. 4 “Behalve de mening van deze personen dient hij niemands mening te aanhoren, vast te houden aan zijn besluiten en te volharden in de uitvoering ervan” Pg. 197 al. 6

[xiii] Pg. 198 al. 11

[xiv] Pg. 203 al. 25

[xv] Pg. 166 al. 5

Deze bijdrage was gepubliceerd in recensie.

Een gedachte over “je moet mensen strelen of kelen

Geef een reactie