beminde parochianen, ga in zonde

Onlangs bracht ik de jongste telg tot aan de schoolpoort en ik keek hem mijmerend na toen hij het schoolplein doorkruiste naar zijn kameraden. Totdat ik vanuit mijn ooghoek een kleine ukkepuk, een kleuter, een grotere en bebrilde kleuter zag benaderen en die ineens in het gezicht mepte. De agressieveling hield hierbij een bevreemdend rustige uitdrukking, daar waar in het gezicht van het slachtoffer de mond eerst helemaal open viel, als in volmaakte verbazing, en de productie van geluid en zout water al snel het plaatje vervolledigden. Onverdunde agressie aan het werk. Ik bleef gefascineerd kijken naar de uitwerking daarvan, zo lang zelfs dat mijn zoon terug kwam om te vragen wat er scheelde. Ik vervolgde dus prompt mijn pad richting werk, dat leidt via het station. Op de trein kan je me steevast vinden met de hoofdtelefoon op de oren en een boek in de hand, of de PC op de knieën om wat te schrijven. Ik ben allergisch, en daardoor is mijn neus eigenlijk chronisch verstopt. In de koudere maanden durf ik dan wel eens last te hebben van een snotterende neus. Op zo een dag was ik blijkbaar ongemerkt mijn neus aan het optrekken. Ik merkte het pas op nadat een mede reizigster mij een paar keer scheef had aangekeken telkens als ik mijn neus had opgetrokken. Ik voelde haar woede branden op mijn voorhoofd, en vond het toen grappig dat wij mensen zo boos kunnen worden wanneer anderen het gangbaar sociaal contract schenden. Uiteindelijk heeft die vrouw maar haar eigen neus gesnoten, wat wel de beste oplossing was, ik had zelf immers geen zakdoek bij. Maar die sluimerende woede, die soms ontbarst in verbale agressie en zelfs fysiek geweld kom je ook tegen als iemand een rij voorbijsteekt op het gemeentehuis, of als iemand met een karretje tegen je hiel rijd in de supermarkt of nog als iemand je de pas afsnijd in het verkeer. Die oerdrift van agressie maakt onderdeel van de basis lusten die wij als mensen najagen, terwijl wij zo ons geluk nastreven in die lust bevrediging. Ik begeef mij ondertussen op glad ijs omdat ik de vorige zin bevolkte met termen die Sigmund Freud ook gebruikt in zijn verhandeling ‘Het onbehagen in de cultuur’, en ikzelf ingenieur ben en geen psycholoog (1). Oudere werken (2) kunnen soms verassend actueel zijn, alsof er geen vooruitgang is geweest. Zelf voel ik al een hele tijd een ongerijmdheid die ik niet onder woorden krijg. Ik proef haar steeds weer, maar wat is de naam toch die hoort bij die smaak? Zo wordt de schrille tegenstelling tussen vooruitgang enerzijds en het groeiend gebruik van antidepressiva anderzijds vaak vermeld in de media. Er scheelt iets met ons vooruitgangs denken. De tekst van Freud, die hij in 1930 schreef, tussen WOI en WOII, legt uit wat dat is: vooruitgang van de soort is géén vriend van individueel geluk. We kunnen die driften van agressie en lust niet zomaar toelaten als we als soort willen vooruit gaan. Kijk maar eens naar een bijennest of een mierenhoop, samen zijn ze het veel beter af dan individueel of in kleine groepjes, maar de prijs voor dat gemak is wel dat ze perfect in de pas moeten lopen. Zo ook is het gesteld met ons mensen, het gemak dat wij hebben van gezondheidszorg, pensioenen, wegen, treinen, scholing, veiligheid, rechtvaardigheid, dopgeld … heeft net als elke andere verzekering (3) een kostprijs. Die kostprijs is onbehagen, een schuldgevoel (4), dat je in extreme situaties ook terug vindt in neuroses. Freud gaat zelfs zo ver dat hij speculeert (5) of je de cultuur zelf ook niet als neurotisch kan beschouwen, met als merkwaardige gevolg dat genezing ervan onmogelijk zou zijn. Dat is misschien geen verassend inzicht over ‘la condition humaine’, die ‘onoplosbaar’ blijkt, maar het is wel bevrijdend: we moeten onze angst, onrust, schuldgevoel en perfectie drang niet te veel au sérieux nemen en de zonde af en toe gewoon toelaten.

 


(1) Nu goed, ik heb de verhandeling drie keer gelezen, dus ik eigen mij het recht toe er iets over te schrijven. Het feit dat ik het drie keer moest lezen zegt ook wel iets over de schrjfstijl van Freud die toch niet van de vlotste is en zeker niet de meest toegankelijke. Het is hem vergeven.
(2) Een collega die opmerkte dat ik dit soort teksten doornam, ’s ochtends nog wel, schotelde mij ook de vraag toe of het wel zinvol was om zo oude werken te lezen, losgerukt uit hun historische context. Ik twijfel geen moment aan de zin daarvan, sinds dat ik onderstaand fragment las uit een tekst van ruim twee duizend jaar oud. Ik ben, denk ik, blij en dankbaar dat ik sommige van die schatten toch tegenkom, maar ik ben tegelijkertijd wel degelijk stomverbaasd dat ik deze boeken of ideeën nooit tegen kwam in mijn lange schoolse opleiding, die toch zwaar inzette op zelfstandig denkvermogen en taalbeheersing.

“Maar ja, de een is in de greep van de onverzadigbare hebzucht, de ander stort zich fanatiek op nutteloze bezigheden. De een bezat zich aan de wijn, een ander blijft apathisch, weer een ander jaagt tot vermoeiens toe zijn ambities na en blijft zodoende steeds afhankelijk van andermans oordeel, nog een ander voelt een onsuitbaar verlangen naar handel dat hem meevoert door alle landen, over alle zeeën, in de hoop op winst. […] Er zijn er ook die Grote Mannen achternalopen in vrijwillige slavernij, waarmee ze stank voor dank oogsten. Velen zijn gefixeerd op andermans lot of klagen juist eindeloos over dat van henzelf, de meesten volgen geen vaste koers en fladderen lukraak, ongedurig, van hot naar her, met telkens weer nieuwe plannen”. Seneca (4 v. Chr. – 65 n. Chr.)– ‘De lengte van het leven’

(3) Dit is immers een verzekering, maar dan wel eentje tegen de ongemakken waarmee de natuur ons confronteert als individuen.
(4) De beknopte technische uitleg hiervoor is dat het Ik zich moet balanceren tussen het Boven-Ik en het Es. De driften van het Es worden in toom gehouden door het Boven-Ik dat de ethiek van de cultuur heeft geïnternaliseerd, en daardoor elke wangedachte afstraft met schuldgevoel. De agressieve drift van het Es dat initieel naar buiten gericht is, wordt door de culturele assimilatie naar binnen gericht door het sadistische Boven-Ik op het masochistische Ik.
(5) Hij is zelf uiterst voorzichtig in de formulering van die speculatie. Hij merkt op dat iemand die speculatie ooit wel zal doen, maar stelt zelf dat neurose als klinische term toegepast op cultuur eigenlijk zonder betekenis is.

bron foto: http://www.azquotes.com/picture-quotes/quote-the-only-way-to-get-rid-of-temptation-is-to-yield-to-it-i-can-resist-everything-but-oscar-wilde-31-45-17.jpg

Geef een reactie