ode aan de middelmatigheid

Het regende weer, wat een mistroostige week toch. Het stoorde hem niet, hij zat lekker warm binnen. Zijn bord spaghetti stond voor hem, met een bolognaise saus die blijkbaar ook een hele tijd buiten in de regen had gestaan, zo lopend was die. Langzaam en gedachteloos draaide hij wat slierten pasta rond zijn vork en bracht die naar zijn mond. Hij zat wel aan het raam van dit wegcafetaria, maar op de parking was er weinig te zien. Zijn blik dwaalde dan ook over de andere tafeltjes terwijl hij zijn eerste hap vermaalde. Drie tafels verder zat een gepensioneerd koppel te eten en naar hun kleinkind te kijken dat verderop in de speelhoek zat te kleuren. De opa had ook een bord stomende spaghetti voor hem staan en deelde een klein flesje rode wijn met zijn vrouw. Bij Bob stond er alleen maar spuitwater op zijn tafel. Maar net als twee grazende koeien in een wei, waren ze wel alle twee aan het malen, bijna synchroon. Hij was altijd al geboeid door koeien. Ze zijn zo omvangrijk, zo onverstoorbaar en wat kunnen die beesten staren. Elke keer als hij een koe ziet moet hij ernaar loeien, tot grote gêne van de rest van het gezin, maar het is sterker dan hem. En die beesten kijken elke keer weer. Meeeuh. Staren. Meeeuh. Een tweede kop van de kudde keert dan meestal. En er is altijd wel eentje die schoorvoetend dichterbij komt en schuchter wat gras plukt, wat kauwt om hem dan hem bewegingloos recht in de ogen aan te staren. Meeeuh. Kuddebeesten. Niet bijster slim zou je zo zeggen, maar wel erg nuttig. Zijn Parmezaanse strooikaas had hij bijvoorbeeld ook mede te danken aan een Italiaanse koe. Spaghetti bolognaise, de doorsnee maaltijd voor de doorsnee mens. De eenvoud ervan steekt schril af tegen alle aandacht die verfijnd koken krijgt, of gezond koken, of paleolithisch koken, of snel en afwasarm koken. Koken is zo tot een kunstvorm verheven dat je zou verwachten dat spaghetti bolognaise niet meer te verkrijgen zou zijn. En toch. De drang naar het uitzonderlijke, de drang om je te onderscheiden helpt de doorsneemens vergeten wat hij is. Bob stond op en liep terug naar het keuken gedeelte van de cafetaria. Hij pakte er een flesje tabasco en twee sneetjes voorgesneden wit stokbrood. Terug aan tafel mikte hij twee druppeltjes extra karakter in de wat flauwe saus en strooide er extra Parmezaan bovenop. Dit was nog niet zo slecht.

 

 

We’re not gonna make it
Oh, no!
We’re not gonna make it

Cause there’s a million better bands
with a million better songs
Singers who can drum
Singers who can sing

Deep in my heart,
I do believe
We’re not gonna make it
Oh, no!
We’re not gonna make it

Cause we don’t have the talent
And we don’t have the time
We don’t have the patience
And we don’t know how to rhyme

No, no, no
We’re not gonna make it!

 

bron: http://www.azlyrics.com/lyrics/presidentsoftheunitedstatesofamerica/wearenotgoingtomakeit.html

Geef een reactie