taal en zonde

Goed en kwaad. Maatstaf, object en subject.

Had die appel toch laten liggen!

Wat goed doet het goed te kennen als het tot zulks kwaad leidt?

Met kennis kwam ook schaamte. Met kennis kwam de mogelijkheid tot zonde.

Meten is weten? En wat dan met voelen?

Ja, het gevoel van verbondenheid ruimde plaats voor de maatstaf.

Nu kwam het tijdperk van de koele heersers.

De koele heersers die warmte probeerden in te tomen voor eigen gewin.

Mind over matter.

Taal als wapen.

Maar wie is dan de vijand?

Datgene dat taal niet kan omschrijven: de appel groeide aan de boom van wijsheid, niet aan de boom van het leven.

Taal schift, maar dan als een caleidoscoop. Het wikt en weegt en deelt alles op in afzonderlijke elementen, telkens in een andere context.

En die elementen zitten dan weer in verbanden met elkaar via modellen, systemen.

En zo blijven we bouwen aan modellen, die het leven nabouwen, zodat we het kunnen intomen, nabootsen, controleren, beheersen.

Zodat wij wijsheid hebben en niet zomaar willekeur moeten ondergaan.

Zodat wij zin kunnen ontdekken en zin kunnen geven.

Toen object en subject nog één waren, toen de appel onaangeroerd was, toen waren man en vrouw in het paradijs.

Nu zijn wij wijs.

En ja, de wijsheid is krachtig, zo krachtig dat hij diende verdeeld te worden in verschillende talen.

Een gedeelde taal zou een toren doen reiken tot aan de hemel.

Krachtig maar enkel in één richting, op een gedeelde basis.

Die gedeelde basis zou de maker trotseren, uitdagen, aanvallen.

En daarom moest de taal schijnwijs worden.

De eeuwige belofte naar wijsheid zonder die ooit maar zelfs van ver te kunnen benaderen.

Het eeuwig regressieve labyrint van de dualiteit, van de rationaliteit.

Deze bijdrage was gepubliceerd in taal.

Geef een reactie