oprechtheid is een kostbaarheid die onbetaalbaar is voor goedkope mensen

Oprechtheid is die kwaliteit van iemand waarbij deze altijd naar zijn waarheid spreekt en handelt. Deze persoon zal dus niet iets zeggen dat niet strookt met zijn overtuiging, noch zal hij iets doen als het niet in overeenstemming is met zijn denken hierover. Een dergelijk persoon kan blijkbaar niet tactvol zijn.

Als hij bij goede vrienden komt, die net met veel enthousiasme, maar blijkbaar zonder veel aanleg, begonnen zijn culinair te koken, dan zal de oprechte persoon dus verplicht zijn nuchter op te merken waar het op staat. Als de oprechte persoon in staat is om een onderscheid te maken tussen die zaken waarbij zijn vrienden wel al een kleine verwezenlijking hebben gemaakt en de andere zaken waar hun eerste poging eerder grof te kort schiet, dan hij is niet in staat om zijn vrienden te attenderen op de kleine verwezenlijkingen en terughoudend te blijven over de grove tekortkomingen om zodoende het beginnend enthousiasme niet volledig te fnuiken.

Of kunnen we ook tegelijkertijd oprecht én tactvol zijn? Als de oprechte persoon in het bovenstaand voorbeeld het belangrijk vind om ondersteunend te zijn naar zijn vrienden en tegelijkertijd zo eerlijk als nuttig te zijn, dan kan hij wel attenderen op de verwezenlijkingen van de avond, en een open vraag stellen over die zaken waar de bal werd misgeslagen, en afgaande op het antwoord op die open vraag, als deze een indicatie geeft van de ontvankelijkheid op dat moment voor feedback, dan kan deze gebracht worden.

Ervan uitgaande dat de feedback terecht is, is het beste moment van het geven van die feedback – voor de effectiviteit ervan – niet altijd het moment waarop die feedback bedacht wordt. Op deze manier behandeld, kan onze oprechte persoon inderdaad zijn feedback spreiden over de tijd, al naargelang de ontvankelijkheid van zijn vrienden, waarbij het wel zo kan zijn dat een deel van die feedback nooit wordt geuit.

De ontvankelijkheid kan lang laag blijven en het is daarna niet meer relevant (ondertussen gaan ze gewoon weer samen naar sterren restaurants, of hebben ze de hints van ook andere vrienden opgepikt en daar iets ten goede mee gedaan), en daarmee wordt die initiële feedback, die ondertussen zelfs ook al vergeten kan zijn, niet gebracht.

Oprechtheid en tact blijken wel verzoenbaar op deze manier. Waar ligt nu de grens tussen oprecht tactvol zijn en liegen?  Wat antwoord de oprecht tactvolle persoon op “het was toch echt wel voortreffelijk neen?”? In dat geval worden die specifieke zaken benoemd die goed waren. Daarna kan een open vraag gesteld worden over de rest (bijvoorbeeld: “Is dat een klassieke bereiding voor het vlees? Hoe ben je daar zo op gekomen?”, als bijvoorbeeld het vlees nauwelijks gaar was). Als daarentegen volmondig, en enthousiast, een welluidend “Ja, voortreffelijk!” volgt als antwoord, dan is dit helemaal niet in overeenstemming met het denken.

Er kunnen wel andere omstandigheden meespelen waardoor het niet opportuun lijkt om erop in te gaan de avond zelf (bijvoorbeeld, het bevriend koppel probeert erg hard om iets samen te doen om hun jarenlange vervreemding als partners tegen te gaan, en hun pogingen lijken voorlopig op weinig uit te draaien), of omstandigheden waardoor we zelf niet bereid zijn veel moeite te nemen er veel woorden aan vuil te maken omdat uiteindelijk de vriendschap toch niet zo diep gaat dat het de moeite wordt geacht er veel emotioneel in te investeren.

Voor beide tegenvoorbeelden is de aandrang, de intentie waarmee de feedback wordt gegeven gemodereerd door een inschatting van het nut dat we zelf inschatten, vooraleer we de feedback geven, maar zelfs in deze twee voorbeelden zal de oprechte persoon zich niet laten misleiden om een positieve bevestiging te geven als hij die niet geven wil, in het minst assertieve geval zal hij gewoon geen bevestiging geven, in het tactvol geval zal hij open vragen over verbeterpunten stellen en goede punten benadrukken eventueel gespreid door de tijd (op het moment zelf en daarna), in het meest assertieve geval zal hij een meer directe, volledige en rechtstreekse (op het moment zelf) feedback geven.

Er is dus een vermenging van assertiviteit, oprechtheid, intentie en nut. Oprechtheid is moeilijk af te scheiden als geïsoleerd concept dat aan één persoon vasthangt, de oprechtheid hangt ook samen met de intentie die de persoon heeft met de andere waarmee hij in relatie staat en waarover hij feedback geeft. En op die manier hangt oprechtheid ook samen met het “emotioneel” contract tussen beide personen.

Als we dit terug betrekken op de oorspronkelijke definitie van oprechtheid dan had die betrekking op één persoon. Als deze oprechte persoon voor elk “emotioneel” contract dat hij afsluit met anderen, consequent deze oprechtheid deel laat uitmaken van dat contract, dan kan hij inderdaad ten allen tijden hierop terugvallen. Als hij echter dit niet deel laat uitmaken van zijn “emotionele” contracten, of in bepaalde gevallen dit niet kan (bijvoorbeeld met de politie-agent, de rechter, de telefoonbediende van een helpdesk, de cassière in de winkel, de vloekende automobilist in de file, de departements verantwoordelijke van een ander departement in het zelfde bedrijf, de schoonbroer, de jeugd vrienden van de vrouw, …) dan zal de oprechtheid die “afgedwongen” kan worden op basis van het contract beperkt zijn door de gangbare sociale normen.

Op dit punt in de bespreking komt wel degelijk naar boven dat het consequent oprecht zijn een bepaalde sociale kost met zich meebrengt en dit op twee kost plaatsen. De eerste kost plaats is dat de gangbare sociale normen er niet van uitgaan dat altijd en direct oprecht zijn de voorkeur geniet. Indien dit wel gevolgd wordt, dan is het de verwachting dat het een beperking kan leggen op het aantal zich-herhalende sociale contacten met dezelfde personen, het is hier een afweging van kwantiteit en kwaliteit van die sociale contacten, althans voor de oprechte persoon. De eerste kost voor de oprechte persoon is dus objectief een meer geïsoleerd sociaal bestaan in kwantiteit maar subjectief een meer diepgaand sociaal bestaan in kwaliteit. De tweede kost plaats is dat de oprechte persoon te allen tijde zelf duidelijk een standpunt in kan nemen en feedback kan geven, hetgeen vereist dat de persoon zelf een duidelijke voorkeur heeft, hetgeen op zijn beurt weer vereist dat deze persoon zelf investeert in zichzelf te kennen (ken uzelf!) wat op zich een duidelijke kost is naar investering naar tijdsbesteding naar introspectie, lectuur van al dan niet klassieke werken en permanente bijscholing, al dan niet auto-didactisch.

Geef een reactie