de spiegelende duisternis

Zondag 21:30 – Thomas lag nu net een kwartier in bed. Zoals steeds bij het avond ritueel had hij het erg lang kunnen rekken tussen de eerste “Allez, en nu naar bed hé, jongen” en het moment dat de lichten effectief uit gingen in zijn slaapkamer. Maar hoe hard hij het telkens toch probeerde uit te stellen, wist hij stellig dat hij hier uiteindelijk zou komen te liggen, alleen, in het donker, met geen ander gezelschap dan de vreemde geluiden in een verder stil huis. Van zodra hij in bed lag, ging zijn overactieve fantasie aan de slag met de schaduwen in zijn kamer en al snel meende hij ergens wel een vampier, monster, moordenaar, killer clown of bloeddorstige pop te zien. Daarom zat hij meestal redelijk snel helemaal onder zijn lakens ondergedoken. Maar daar wachtte een nog grotere terreur: die van de verscheurende twijfel om te kijken of er nu wel of geen dodelijk gevaar was. En ofschoon hij hem nooit had gezien, kon hij hem zich zeer goed voorstellen vanonder zijn lakens, een bewegingloos silhouet aan zijn voeteinde dat hem strak aankeek, met een blik die je ogenblikkelijk deed krimpen van angst, de blik zélf van onversneden angst. Hij zweette ’s nachts dan ook overdadig, zijn lakens werden bijna dagelijks ververst, en een pyama droeg hij niet meer, zelfs niet in de winter. De vele lange gesprekken met zijn mama en papa konden niets veranderen aan het feit dat de ‘stille staarder’ was gekomen voor Thomas en dat hij op een bepaald moment wel finaal en fataal zou toe slaan.

Maandag 07:00 – “Thomas, wakker worden jongen, het is zeven uur, je moet eruit”. Zijn papa zat naast hem op bed en wreef zachtjes door zijn dikke haren. Thomas kon intens genieten van de momenten met zijn ouders en werd altijd een beetje stil als ze allemaal uit elkaar gingen aan het begin van de schooldag. Vroeger had hij altijd schrik gehad dat ze hem zouden vergeten op te halen op school, of erger nog dat ze zouden verongelukken, maar dat was iets uit het verleden. Hij sloeg zijn kleine armpjes helemaal rondom zijn papa, met zijn hoofd tegen diens borstkas en klemde hem vast in een stevige knuffel om direct daarna uit bed te springen richting de badkamer. Ook bij het ochtend ritueel treuzelde hij lang in de badkamer, hij had namelijk nooit honger ’s ochtends en hij probeerde de ontbijttafel dan ook zo lang mogelijk te vermijden. Deze ochtend was anders, ze vertrokken namelijk op drie daagse naar de Ardennen voor het boskamp, en hij wou zijn sandwiches zelf smeren. Hij keek erg uit naar het kamp, zijn beste maten zaten in zijn klas en ze hadden samen altijd bakken plezier. Hij maakte zich ook geen zorgen om zich belachelijk te maken met zijn angst in bed, want ze zouden allemaal samen liggen in een grote slaapzaal, en hij sliep altijd rustig als er anderen bij hem waren, dus hij had zelfs een pyjama mee ingepakt tot grote verbazing van zijn mama.

Maandag 08:45 – Op de bus zat hij naast Noah en achter hun zaten Lucas en Kiyoshi. Noah was de bedachtzame, Lucas de wilde en Kiyoshi de sportieve. Ze kenden elkaar al sinds de kleuterklas toen ze al samen kattenkwaad uithaalden. Hun strafste stoot tot nu toe was in de derde kleuterklas toen ze op de speelplaats de juf in koor bij hun hadden geroepen. Toen ze voor hun stond hadden ze zich tegelijkertijd omgedraaid, hun broek naar beneden gestropt en hun blote achterwerken getoond. Sindsdien werden ze ‘de bende van Thomas’ genoemd. De busrit ging drie uur duren had de meester gezegd, maar ze gingen er niets van merken, door al het gebabbel en gelach. Zoals elke dag ging het ook over de terroristen, de vluchtelingen en natuurlijk de killer clowns. Kiyoshi werd wel helemaal stil toen Lucas over de clowns begon en vroeg onmiddellijk of hij daarover wou zwijgen. Lucas begon prompt met een verhaal over hoe vorige week een clown tien kinderen had ontvoerd en vermoord op een boskamp, ook in de Ardennen. Kiyoshi begon stilletjes te wenen, hij snikte niet, hij zei niets maar plots rolden er twee paar traantjes uit zijn ogen. Hij wreef ze snel weg en keek gedachteloos door de ramen naar het voorbij soezende landschap. Noah draaide zich om en legde zacht een hand op de schouder van Kiyoshi, “alles goed makker?”. Kiyoshi bleef naar buiten kijken, turend naar de afwisseling van naaldbossen en vlaktes, en zei versmoord “Jullie denken dat het grappig is maar op een dag komt één van die clowns mij halen in mijn slaap. Laat mij gerust!” en hij schudde de hand van Noah weg. Even later waren ze alle vier druk bezig over de voetbal competitie op de speelplaats en of hun ploeg het wel zou halen en waren ze het voorval alweer helemaal vergeten.

Maandag 11:45 – Tegen de middag kwamen ze aan in Houffalize, ze brachten hun koffers naar de slaapplaats en aten daarna hun sandwiches op in de eetzaal. Na de middag gaf de meester een korte les over de boomsoorten, diersoorten en plantensoorten in de streek en daarna gingen ze op verkenning in de buurt om de natuur te bestuderen. Thomas en Noah liepen naast elkaar, Kiyoshi en Lucas liepen ergens van voor in de rij en waren zot aan het doen met de meisjes. Thomas was in stilte aan het terugdenken aan wat Kiyoshi had gezegd toen Noah precies zijn gedachtes raadde en zomaar aan hem vroeg “Geloof jij dat Thomas, dat je in je slaap kan sterven?”. Hij wou daar niet eens over nadenken. Noah was een échte vriend, die ook luisterde en die je kon vertrouwen, en Thomas merkte dat hij ineens over zijn eigen angst begon te vertellen, iets waar hij nog nooit over was begonnen tegen zijn vrienden. Noah luisterde inderdaad geduldig en stelde af en toe een vraag. Daarna zweeg hij een tijdje. “Je wordt bezocht door Phobos zélf Thomas. Mijn zus doet Latijns-Griekse en ze leest heel veel over de Griekse Goden. Phobos en Deimos zijn tweelingbroers en de zonen van Ares, de God van Oorlog. Phobos is de god van Angst en Deimos de god van Terreur en ze strijden samen met hun vader mee op het slagveld om de vijand te verzwakken door wanhoop te zaaien onder hun. Phobos maakt je doodsbang gewoon maar door naar je te kijken. Dat Phobos jou persoonlijk bezoekt is niet zo best, maar je weet dat élke superheld een zwakke plek heeft, dus Phobos moet die ook hebben. Wat zou dat kunnen zijn?” “Dat hij bang wordt dat hij mensen niet langer bang kan maken?” Thomas wist niet zo goed wat hij hier mee aan moest en hij had er al spijt van dat hij erover was begonnen. Hoe zou een god nu een zwakke plek kunnen hebben?

Maandag 17:30 – ’s Avonds aten ze superlekkere spaghetti, zonder champignons gelukkig, en Thomas werkte dan ook gemakkelijk twee borden binnen. Eenmaal in bed trok de vermoeidheid zijn oogleden omlaag. De meester en de turnjuffrouw waren wel nog een paar keer binnen gekomen en hadden telkens Lucas onder zijn voeten gegeven en gezegd dat hij moest zwijgen, maar Thomas had daar niets van gemerkt want hij was al snel op weg naar vredig dromenland.

Dinsdag 06:45 – Thomas werd wakker door een paar lichtstralen. De vroege lentezon scheen recht op zijn voorhoofd door de gordijnen naar binnen, en hij voelde zich helemaal uitgeslapen. Het was lang geleden dat hij zich ’s ochtends zo fris had gevoeld. Rondom hem werden er meer kinderen wakker, en al snel kwam de meester binnen om iedereen uit bed te halen en hij trok enthousiast alle gordijnen wagenwijd open. Iedereen stond op, behalve Kiyoshi die onverstoord bleef doorslapen. Thomas pakte zijn tandenborstel en ging richting het sanitair terwijl de meester naar het bed van Kiyoshi stapte. Terwijl Thomas zijn tanden poetste hoorde hij ineens veel tumult uit de slaapzaal.

Dinsdag 07:45 – Aan de ontbijt tafel was Kiyoshi niet te zien maar ineens reed een ziekenwagen weg en toen kwam de meester bij de eettafels. “Kinderen, Kiyoshi is vannacht ziek geworden en is nu mee naar het ziekenhuis voor verzorging, samen met de turnjuf. De dokter heeft gezegd dat Kiyoshi beter zal worden, maar dat hij nu vooral rust nodig heeft. Straks komen zijn mama en papa hem bezoeken, en wij gaan straks na het ontbijt samen een mooie kaart voor Kioyshi maken en opsturen. Over een kwartiertje beginnen we met de activiteit, dus eet jullie ontbijt nu allemaal maar rustig op.”

Woensdag 13:00 – De kinderen hadden de vorige dag onderling veel gefantaseerd over wat er nu precies aan de hand was met Kiyoshi. Lucas leefde helemaal op elke keer dat hij smakelijk het verhaal vertelde over de panische angst die Kiyoshi had, met de killer clowns in zijn nachtmerries. Noah en Thomas waren daarover gaan praten met de meester en die had net voor de les uitgelegd dat Kiyoshi leed aan een zeldzame hartkwaal, die ook wel SADS werd genoemd. Het ‘Sudden Arrhythmic Death Syndrome’ kwam enkel voor bij mensen van Aziatische oorsprong, en je was er extra kwetsbaar voor tijdens de slaap, wanneer het hart trager klopte. Volgende week maandag zou Kiyoshi gewoon weer op school zijn, en ze hadden hem gisteren ook in de klas opgebeld met de GSM van de meester, en Kiyoshi kon toch alweer lachen. Nu, na het eten, hadden ze een uurtje vrij, voordat de les weer begon over de streken en geschiedenis van de Ardennen. Thomas en Noah zaten samen op de houten buitentrap en tuurden stil naar de rand van het bos. Morgen in de voormiddag zouden ze naar huis gaan, en Thomas kon niet stoppen met denken aan zijn eigen slaapkamer, waar hij dan weer alleen zou slapen. Kiyoshi mocht dan wel een hartkwaal hebben, maar was dit ook niet gewoon een streek van Phobos? Noah stond op, pakte een twijg en smeet die naar het bos, niet ver van waar Lucas dennenappels aan het sprokkelen was. “Thomas, ik heb nog eens nagedacht over de zwakke plek van Phobos. Hij is de god van angst voor verlies, maar wat als je geen schrik hebt om iets te verliezen, dan kan hij je niks meer maken, toch?” Thomas keek naar waar de twijg was gevallen en zei gewoon “oowh, ja” en ging er verder niet op in, hij begreep het niet echt. Maar Noah was blijkbaar nog niet uitgebabbeld en ging verder “Het is eigenlijk heel eenvoudig. Ofwel heeft Phobos de macht om er een einde aan te maken en dan gebeurt dat wanneer het gebeuren moet, daar kan je dan toch niets aan veranderen. Ofwel bluft hij gewoon en is zijn enige macht dat hij je bang kan maken. Maar het is niet omdat jij je verstopt onder je lakens dat hij er niet meer is of dat hij zijn machten niet meer kan gebruiken. Je kan hem dus beter aankijken, dan weet je direct of hij bluft of niet. Je hebt echt niks te verliezen daarmee. In tegendeel, in het beste geval versla je hem alleen maar door hem aan te kijken.” Thomas keek links van de trap en zag een dennenappel liggen. Hij pikte die op, wierp hem enkele keren in de lucht om te testen hoe zwaar hij was en keek toen plagend naar Noah. “Je hebt gelijk man, de beste verdediging is de aanval”, dat had hij ooit eens gehoord in een actie film en hij vond het kei cool om dat te zeggen. Hij smeet de dennenappel naar Noah en al snel deed Lucas mee in een kleine herhaling van het Ardennen offensief. Toen de meester iedereen binnenriep stak Thomas zijn ‘killer dennenappel’ snel in zijn binnenzak.

Donderdag 21:00 – Die avond vroeg zijn mama of hij niet bij hun in bed wou slapen na alles wat er was gebeurd, maar Thomas was vastberaden om de test van Noah toe te passen. Noah had gelijk, als het moest gebeuren, dan was het maar zo. Hij wist dat alleen hij zelf dit kon oplossen, niet mama, niet papa. Hij ging toch niet de rest van zijn dagen in angst leven over iets waar hij toch niets aan kon veranderen? Die avond lag hij zoals gewoonlijk na vijf minuten met zijn hoofd onder de lakens. Hij klemde zijn dennenappel stevig in zijn rechtervuist en toen verzamelde hij alle moed die in hem zat en hij trok langzaam het laken tot net onder zijn ogen en hij tuurde in de kamer. Tot zijn grote opluchting zag hij niets staan aan de voet van zijn bed. Hij trok het laken nog verder omlaag, ging rechtop zitten en tuurde de ganse kamer rond. Het was gewoon zijn kamer, maar dan gehuld onder een waas van duisternis. Zijn hart klopte keihard na in zijn keel, van de opwinding, maar hij voelde een ongelooflijke opluchting en het leek wel alsof er een zware last van hem afgleed. Hij beeldde zich Phobos in, al wenend en roepend dat hij weer eens had verloren, van een kind nog wel, en hij legde zich met een glimlach op zijn zij. “Kleine baby”, prevelde hij nog en hij viel stilletjes in slaap.

Vrijdag 07:15 – Die ochtend at hij wel drie boterhammen met choco. Na zijn persoonlijke overwinning op een god, voelde hij zich onoverwinnelijk en had hij het gevoel dat hij de wereld wel op kon eten.

Geef een reactie