Carlo da Craco – seconda parte

Het regende zachtjes, de meeste mensen stonden in versmolten groepjes van twee onder hun paraplu. Niet Bob, hij liet het koele water zachtjes druppelen op zijn kalende kop. Wat door moest gaan voor zijn kapsel, nog geen centimeter aan haar, zou er niet veel onder lijden. Die kosmische tranen voelden ook erg gepast aan op dit moment, kijkend naar de kist van zijn zoon die boven het graf steunde op één of andere constructie. Mocht Lucas er nog bij zijn, zou hij daar zeker één of andere misplaatste grap over hebben gemaakt “kijk, een lift die je alleen maar naar beneden brengt!”, en zouden ze er samen smakelijk over gelachen hebben. Wat hadden ze samen wel niet afgelachen! De jongen borrelde over van enthousiasme, talent en goesting. Maar hij kon ook zo eigenzinnig zijn, hij had dan wel veel energie maar hij vroeg er ook veel van zijn papa. Uiteindelijk luisterde hij wel, maar het moest bijna letterlijk honderd keer herhaald worden vooraleer dat er iets gebeurde. Het is daarom dacht Bob, dat hij Lucas zo veel plaagde, alhoewel de jongen vaak genoeg herhaalde dat hij dat écht niet leuk vond. Het was een manier om hem toch maar te laten blijken dat hij in zijn papa zijn meerdere moest herkennen. Plagen is daar een ideale manier voor, “het is maar een grapje hé”, maar ondertussen maak je toch maar even duidelijk wie van boven staat en wie van onder. Er echt op ingaan levert je gegarandeerd hoongelach op van de plager en diens publiek, en het leidt alleen maar naar meer geplaag, en de geplaagde glimlacht dan maar flauwtjes en slikt zijn trots weg. Het was een dwaze manier van doen, dat zag hij nu wel in, maar het was te laat om het terug te nemen. Kon hij hem nu maar een dikke stevige knuffel geven, Lucas pakte hem dan altijd vast alsof hij een wurgslang was. Er waren gelukkig véél van die lange woordenloze knuffels geweest, voor Bob waren die momenten de ultieme vereffenaars van alles wat daarvoor was gekomen, en zijn manier om zijn onvoorwaardelijke liefde te tonen aan zijn zoon. En het laatste beeld dat hij van Lucas had, was nu net dat hij languit en bloot lag boven op zijn eigen geliefde verzameling pluchen knuffels. De mensen maakten een rij om de kist de laatste groet te brengen, moest dit echt? Bob draaide mentaal een pauze knop om en even later snokte Sofie, zijn vrouw, zachtjes aan zijn mouw, iedereen liep alweer richting het parochie huis voor de koffie tafel. De pastoor liep iets verderop terug richting kerk en Bob zei tegen zijn vrouw dat hij er zo aankwam. Hij beende de pastoor bij en sprak hem aan. “Meneer pastoor? Kan ik U even spreken?”. Ze gingen achteraan zitten in de kerk die nu verder helemaal verlaten was. Bob vertelde kort het verhaal van de voorbije week en een half. De pastoor volgde aandachtig het ganse relaas en zijn gezicht, doorgaans onverstoorbaar in die typische mimiek van liefdevolle rust, toonde paniek, op zijn minst onrust. Bob was uitgesproken, en verzette zich in een afwachtende pose, maar de pastoor zei niets, voor zeker een volle minuut. “Bob.” Stilte. “Ik weet dat je denkt dat je niet gelooft. De meeste van mijn parochianen hebben echter minder geloof als jij. Geloof in het goede, in de mens, in het leven. Het gaat helemaal niet om God, het gaat over overgave aan iets dat groter is dan jezelf en daar vrede in vinden. Al sinds de prille geschiedenis van de kerk, is dat altijd al de kern boodschap geweest, en ook het lichtend voorbeeld dat Jezus ons bracht. En dat is ook wat ik keer op keer herhaal naar de parochie, via de parabels en ook in mijn eigen preken. Daarom ook is er weinig aandacht en nadruk voor de schaduwzijde van het grote onbekende. Ook die kant van het verhaal is sinds het ontstaan van de kerk gekend en uitvoerig gedocumenteerd. Alleen verkiezen we erover te zwijgen, het brengt alleen maar angst en leidt snel tot moreel verval. Wat jij nu meemaakt, wat Lucas heeft meegemaakt … Jullie hebben de aandacht getrokken van iets dat leeft in de zwartste en kilste uithoeken van de kosmos, geduldig, volhardend, nietsontziend en wreed. Er is nu niets meer dat je kan doen, behalve je vrouw en dochter buiten gevaar houden. Je moet absoluut je laatste uren en dagen alleen doorbrengen, als je hun lief hebt. Mijn gedachten zijn bij jou Bob, ik zal voor je bidden. Maar zoek mij niet meer op.” De pastoor stond op en liep weg met versnelde pas, zijn gewaad bleef hangen aan de voorste rij kerkstoelen, hij rukte het los, met een hoorbare scheur en verdween in zijn privé vertrekken. Bob bleef verdwaasd zitten en probeerde hier een touw aan vast te knopen. Zelf was hij een man van de wetenschap, en was het hele geloof een hypothese die overbodig bleek en daarom eenvoudigweg geschrapt kon worden. Maar hij was altijd bang geweest in het donker, al van kinds af aan, en hoewel hij die angst nu wel onder controle had, was ze nooit echt weg gegaan. Hij had feiten nodig, hij moest iets kunnen zien, weten waar hij mee te maken had, geen verhalen over God, de duivel en het lot. Na de koffie tafel zou hij een video camera gaan kopen, of twee, zodat hij de slaapkamer de ganse nacht kon opnemen en zien wat er gebeurde. Sara en Sofie mochten niet in huis blijven, hij zou wel een smoes verzinnen dat ze bij de mama van Sofie moesten blijven slapen. Toen de laatste gast was vertrokken en ze in de wagen zaten begon Bob Sofie al te bewerken om haar mama wat extra te steunen, oma was zichtbaar erg aangedaan en hij stelde voor dat Sara en Sofie bij haar zouden blijven slapen. “Nee papa”, antwoorde Sara al direct, “ik wil bij jou zijn nu”. “Papa wil nu trouwens ook even alleen zijn schatje”. Sofie zweeg met samengeperste lippen en de rest van de rit gebeurde in stilte, en die werd alleen maar extra in de verf gezet door het geluid van de dieselmotor, de ruitenwissers en de knipperlichten. Thuis maakte Sofie een kleine reistas klaar voor haar en de dochter, ze belde met de oma om af te spreken, en een half uur later zette hij hun af. Hij vond het verschrikkelijk om net nu zo afscheid te moeten nemen van elkaar, maar dit moest gebeuren. Hij voelde aan dat er iets was, dat noch de huisdokter, noch de psychiater hadden gezien en waar de pastoor wel naar hintte. En hij zag ze te graag om hun hier ook aan bloot te stellen. Zelfs als hij hen daarvoor nu moest kwetsen door er niet te zijn wanneer ze hem het meest nodig hadden. Hij had snel twee camera’s geregeld en stelde ze op in de slaapkamer op de twee statieven die hij nog in de kelder had liggen. De eerste camera zette hij frontaal op het bed gericht en de tweede zette hij naast het bed met zicht op de hoek waarin hij de vorige ochtend was wakker geworden, allebei netjes aangesloten op het net zodat de batterij niet zou leeg lopen tijdens de nacht, én beiden met een geheugenkaart die 12 uur film aankon. Check. Hij knipte het licht uit en liep naar beneden waar de oven voorverwarmd was in afwachting van een standaard diepvries pizza en er ook een goede fles rode wijn op hem stond te wachten. Een vooral vloeibare maaltijd in een huis dat verder akelig stil en leeg was. De rest van de avond bracht hij afwezig zappend door voor de TV met nog enkele whiskey cola’s om die gapende leeg van de bodemloze verbijstering en verdriet toch proberen te vullen. Uiteindelijk waggelde hij de trap op, trok de lakens over hem heen en knipte het licht uit. Hij voelde de slaap hem pijlsnel binnengolven toen hij ineens zijn ogen opende en in een helder moment dacht “de camera’s!”. Licht aan, camera’s aan, licht uit. Het eerstvolgende wat hij voelde was de kou, en een wel erg hard hoofdkussen. Hij opende zijn ogen en zag dat hij weer tegen de muur zat aangeleund met zijn hoofd, gehurkt, in zijn blootje zonder zijn pyjama. Hij stond op, deed zijn pyjama aan, ontkoppelde beide camera’s van hun statief en nam ze mee naar beneden. Hij plaatse de camera’s op het keukeneiland, naast zijn computer. De klok stond nu op 03:34, en hij was waarschijnlijk rond 23:00 gaan slapen. Voordat hij begon te kijken nam hij eerst een dubbele aspirine tegen de koppijn, en zette hij ook een pot straffe koffie. Hij installeerde wat extra gratis software om twee video’s syncroon af te kunnen spelen op de PC en stelde toen de fast-forward knop in op x64. Onderaan kon hij mooi de klok zien oplopen, dat had hij zo ingesteld op de camera’s dat ze datum en tijd registreerden bij elk beeld. Het enige dat hij kon opmaken is dat hij erg onrustig sliep. Op zijn zij, op zijn rug, op de andere zij, been uit laken, deken weer optrekken. De klok naderde 03:00 en hij nam een slok koffie en keek even weg van het scherm. Toen hij terugkeek zat hij al in de hoek. Hij zette de video op stop en draaide terug naar het moment dat hij nog in bed lag. Hij speelde nu bijna beeld per beeld af. 02:59:59:0700. Daar! Wat was die schaduw die over hem hing? Hij zag zijn eigen handen boven de dekens komen, de lakens omlaag trekken, hij stelde zich dan recht en deed zijn pyjama uit, en plooide de lakens netjes op aan het voeteinde. Dat had hij nog nooit in zijn leven uit eigen beweging gedaan, zijn vrouw herhaalde hem dagelijks wat voor sloddervos hij was. En dan liep hij naar de hoek van de kamer. En gedurende die hele tijd zag hij die schaduw naast hem staan en mee bewegen naar de hoek. Net alsof hij er door werd aangesproken en begeleid. Hij noemde het wel een schaduw, maar er was die hele tijd geen licht in de slaapkamer, de camera’s stonden in nachtstand. Dat moest dus Carlo zijn. Je kon er niet naast kijken. De man stond op zijn tape. Hij nam een foto van het meest uitgesproken beeld. Niemand anders zou overtuigd zijn dat dit een ‘verschijning’ was, gewoon een slechte video manipulatie, maar voor hem was het meer dan genoeg bewijs. Nu kon hij ook meer gericht beginnen zoeken op internet naar informatie. ‘I wil not go silently into the night’, welk liedje was dat ook al weer? Maakt niet uit, er was hem veel dierbaars om voor te blijven vechten tot het einde, zijn vrouw en dochter, zijn leven. Hij was klaarwakker en leegde zijn inmiddels overvolle blaas op toilet. Hij wandelde terug naar zijn computer en vroeg zich af of en welke relatie er zou bestaan tussen “Charlie, Charlie” en de Candyman uit zijn jeugd. Na wat gespeur op internet kwam hij redelijk snel uit op het aanroepen van geesten. Het ritueel dat voor “Charlie, Charlie” werd gebruikt, was uiteindelijk niet veel meer dan een vereenvoudigd Ouija bord. Blijkbaar was het woord OuiJa een samenstelling van het Franse “Oui” en het Duitse “Ja”. Twee keer ja. Ja, ik ben ontvankelijk, voor jou, geest, is wat je essentieel zegt en doet wanneer je in contact probeert te komen met geesten via een Ouija séance. En met die instelling, een vacuüm van de eigen wil, en daarbij ook het terzijde schuiven van de wil van het menselijke en goede, stel je jezelf volledig bloot op voor de krijgers van de Prins van de Duisternis. Er was een overvloed aan fora en obscure teksten op internet rond dit thema van demonen en exorcisme, hij keek op de klok en zag dat die al de eindsprint in had gezet richting 06:00. Wat hadden we geleerd? Er was ‘obsession’ (aanhechting) en ‘possession’ (bezetenheid), twee erg verschillende manieren waarmee demonen de aanval konden inzetten. Lucas en hijzelf waren niet bezeten, hij had zelf bijvoorbeeld geen enkele afkeer van de gangbare christelijke symbolen, wat een duidelijk teken zou zijn geweest. Bij een perfecte bezetenheid werd die afkeer verborgen, maar zo een bezetenheid gebeurde alleen maar als de gastheer specifiek en expliciet vroeg om door Satan te worden bezeten. Dergelijke satanisten, sluw en wreed, werden van erg gruwelijke daden verdacht. Wat hadden we nog geleerd? Demonen zonder toegang tot perfecte bezetenheid, hadden geen rechtstreekse macht in de materiële wereld, ze konden bijvoorbeeld niet doden. Hun motivatie is om hun slachtoffers weg te leiden van het goede, naar het rijk van het duister, naar de dood. En daarvoor zoeken ze middelen om de ziel te verzwakken, door angst, schuldgevoel, zelfmedelijden, woede, haat, verslaving, perversies. Bij erg beïnvloedbare zielen kan angst op zich al genoeg zijn om te leiden tot een hartstilstand. En dat was ook precies wat de autopsie van Lucas had aangegeven, verplicht wegens de ‘verdachte omstandigheden’, alhoewel er medisch geen verklaring voor werd gevonden. Het laatste wat hij had onthouden was dat demonen alleen op uitnodiging komen, en dat ze zich vasthechten aan mensen of aan plaatsen. Mooi, dan was het enige wat hij moest testen om deze nacht ergens anders te slapen. Sliep hij rustig door, zonder naakt wakker te worden, dan was de hechting aan het huis, zoniet was de demoon aan hem gehecht. In het eerste geval moest het huis worden uitgedreven, in het tweede hijzelf. Makkie. Dat viel allemaal te regelen. 07:00. Hij voelde zich opgelucht. Snel een douchke, en dan naar Sofie en Sara. Tring. Een nieuwe mail kwam binnen op zijn smartphone. Raar, de email kwam van een typisch spam adres ‘19120114@yahoo.com’ maar zat niet in de spam folder. “We weten wie je bent. We weten wat je leest. We weten wat je denkt. We zijn dichtbij.“

… wordt vervolgd …

Geef een reactie