Carlo da Craco – parte terza

Bob las de mail zeker vijf keer en snakte naar adem. Dit was persoonlijk naar hem gericht, en de mail kwam binnen net op hetzelfde moment dat hij actie ging ondernemen. Hij rilde onwillekeurig en liep naar de voordeur om de sleutel om te draaien. Tring. “Dat zal niet helpen.” stond er te lezen op zijn smartphone. Met zijn rug glijdend tegen de voordeur zakte hij op de grond en nam zijn voorhoofd tussen beide handen. Demonen hadden dan wel geen macht in de materiële wereld, maar via perfect bezetenen, Satanisten, was die macht blijkbaar erg groot. Tring. “Dat klopt. We weten ook waar je vrouw en kind zijn.” Hij schakelde zijn telefoon uit. Hij voelde zich duizelig en wist even niet wat te doen. Hij stond op en liep naar boven, verfriste zich snel, trok verse kleren aan, nam zijn computer mee in diens rugzak en stoof even later weg met zijn wagen richting Sofie. Het was wel nog maar 07:36 en ze zou nu nog zeker slapen, maar dit steeg hem over het hoofd en hij had hulp nodig. Sofie moest ook weten waarmee ze te maken hadden, ze zat er midden in, de pastoor had het verkeerd ingeschat. Hij belde aan en ging binnen bij zijn schoonmoeder. Sofie en Sara waren wel al wakker en zaten rustig aan de ontbijttafel met koffiekoeken en verse koffie. Hij gebaarde aan Sofie om even naar de gang te komen. “Schat luister”. Hij had niet echt nagedacht hoe hij dit zou brengen, hij was in paniek en handelde puur impulsief, hij probeerde te kalmeren en ademde drie keer bewust door de buik. “Schat, er zijn een aantal dingen die te maken hebben met Lucas die ik je moet vertellen.” Hier kon hij niet vrijuit babbelen, Sara en oma zaten in de kamer ernaast. Hij moest dit met mondjesmaat brengen, zonder telkens onderbroken te worden door zijn schoonmoeder. “Ik moet je iets tonen, maar niet hier. Kan je je aankleden?”. Sofie had haar croissant meegepakt, en werkte de laatste hap naar binnen. Toen ze klaar was met kauwen keek ze Bob aan met een kille blik. “Weet je hoelang ik Sara heb liggen troosten gisteren nacht? Het was vier uur toen ze uiteindelijk in slaap viel. En wat heb jij ondertussen gedaan? Je stinkt een uur in de wind, naar de drank! En dan kom je hier ineens binnenstormen tijdens het ontbijt, helemaal hyper. Man, waar ben je mee bezig!?” Ja, dat was te begrijpen. Hij zij niets, maar klikte in plaats daarvan zijn PC open. Hij draaide het scherm met de foto van Carlo in de slaapkamer naar haar toe. “Hé, dat is onze slaapkamer! Ben jij nu ook al aan het slaapwandelen?”. Bob antwoorde rustig “Kijk eens goed naar die schaduw naast mij. Dat is nu Charlie Charlie”. Sofie keek hem aan met die fijne glimlach van haar, die ze hem altijd presenteerde als ze dacht dat hij een flauw grapje maakte. Bob bleef haar rustig aankijken, zijn ogen stonden ernstig. “Wat? Dat kan toch niet?” stamelde Sofie. “Schat, we kunnen dat best niet hier bespreken met Sara in de buurt. Alsjeblieft, kleed je aan zodat we ergens rustig kunnen gaan spreken.” Even later zaten ze in de cafetaria van het station. Bob nam een slok van zijn koffie en had het warm, hij voelde dat zijn T-shirt nat was onder zijn oksels. Sofie had rustig maar tegelijk ongerust geluisterd naar zijn verhaal, zonder hem te onderbreken. Zelf kwam ze uit een gelovig gezin, maar hij had haar nooit horen babbelen over de duivel, over God eigenlijk ook niet, het was een soort sluimerend geloof, erin gelepeld door opvoeding en scholing, dat houvast bood in tijden van nood dankzij rituelen als kaarsjes branden en jaarlijkse herdenkingsmissen. Ze was ook een zware fan van televisie series over het paranormale en samen met Bob keken ze regelmatig naar een horror film, dus ze was zeker niet onbekend met dit thema. Zwijgend keek ze hem aan, recht in zijn ogen, dat deed ze wel vaker als ze nadacht vooraleer ze haar inzicht deelde. “Bob, er klopt niets in je verhaal. Waarom jij? Waarom Lucas? Wat maakt jullie zo bijzonder?” Haar blik dwaalde rond in het cafetaria en hij zag haar ogen blijven rusten op het klein kruisje dat boven de ingang hing. “Weet je wat ik raar vind?”, ging ze verder. “Je mama en papa hebben toen ze elkaar leerden kennen abrupt hun rug gekeerd naar het geloof en hebben altijd vol vuur het atheïsme verdedigd maar tegelijk ook altijd vol vuur hun haat voor de kerk en haar instituten laten blijken. Ik heb eigenlijk nooit begrepen wat er toen is gebeurd, wat de aanleiding was voor zo een grote stap.” Bob dacht hier even over na, en ze had gelijk, elke keer dat hij erover begon, ging het gesprek steevast een andere richting uit. “Grappig dat je dat zegt, vorige kerst was moeder nog aan het lachen dat ze de advents kaarsen in omgekeerde volgorde opbrandde. Ik zei toen nog tegen haar dat dat eigenlijk satanisch was en ze lachte toen fijntjes.” Hij besefte pas wat hij had gezegd nadat hij het gezegd had, en zweeg abrupt. “Ik moet met ze gaan spreken. Misschien is er iets in hun verleden dat dit verklaart. Mama was na de begrafenis al zo aan het poken naar de precieze omstandigheden waarin Lucas was gestorven, maar ik wou er echt niet op ingaan. Kom, we gaan naar mijn ma”. Het was een ritje van anderhalf uur naar zijn ouders. Na het pensioen van zijn papa hadden ze het ouderlijk huis, een riante villa op de buiten, op de markt gezet en waren ze ingetrokken in een gezellige maar kleine chalet in een bosrijk gedeelte van de Ardennen. Ze waren beiden graag in de natuur, en maakten dagelijks lange wandelingen met hun bruine labrador, Nicki. Voor de rest leefden ze een erg teruggetrokken leven, wat een scherp contrast was met hun leven voor het pensioen. Zijn vader had een internationale carrière gemaakt en zijn moeder had hem daarbij altijd ondersteund door regelmatig zakelijke contacten uit de nodigen met hun partner voor de legendarische diners die ze klaar maakte. Hij parkeerde de wagen onder de beuk aan de oprit van de chalet en zag dat de schoorsteen brandde, ze waren dus thuis. Hij liep om en zag door de ramen schuifdeur zijn papa zitten schuin voor de open haard in zijn geliefkoosde bordeaux zetel met een boek, glas wijn en een dikke sigaar. Zijn papa draaide zijn hoofd, zag zijn zoon en glimlachte hem warm toe. Bob schoof de deur opzij en stapte naar binnen samen met Sofie. “Hey paps!”. Zijn moeder kwam verrast uit de keuken met een schoteldoek in haar handen. “Bob, Sofie! Wat een leuke verrassing!”. Even later zaten ze alle vier bij de open haard met een glas wijn en wat blokjes oude kaas en Italiaanse gedroogde hesp. Nicki lag aan Bob’s voeten te slapen. “Mama”, stak Bob van wal na dat ze wat nagepraat hadden over de Lucas’ begrafenis van de dag ervoor, “er is iets wat ik je bewust niet heb verteld over Lucas, maar ik denk dat het moment is gekomen om het er met jou en Papa over te hebben.” Zijn ouders keken elkaar kort aan, het was bijna niet op te merken, zo snel ging het, maar Bob had het wel degelijk gezien. Hij herhaalde het verhaal voor ondertussen de derde keer. Toen hij vertelde over de mails die hij kreeg, hij moest trouwens zijn GSM weer eens aan zetten, onderbrak zijn papa hem. “Van wie kreeg je die emails?”. “Oh één of ander spam adres, een nummer en dan @yahoo.com”, antwoorde Bob. “Welk nummer?”. Hij pakte zijn GSM en zette die aan, alhoewel hij de relevantie hier niet van begreep. “19120114”. “Bilderberg” zei zijn papa en hij stond op, smeet zijn sigaar in de haard en warmde zijn handen voor het vuur. Traag draaide hij zich om en hij keek afwezig naar Nicki toen hij twee stappen terug zette om in zijn zetel te ploffen. “Kijk Bob, dat is helemaal geen willekeurige getallen reeks. De getallen verwijzen naar de letters van het alfabet. Het is een erg bekend getal voor een selecte groep van mensen die jij niet vaak zal zien, maar die je steevast terug vind in de hoogste regionen van de industriële, politieke en religieuze wereld.”. Bob zat ondertussen te tellen op zijn handen en tikte de letters één voor één in op zijn GSM. “S A T A N”. Sofie keek mee op zijn scherm en glimlachte ongemakkelijk. “Komaan”, zei ze, “Satan? Echt waar? Heet hij dan Satan Bilderberg misschien?”. Zijn ouders gaven geen krimp, en keken Bob en Sofie onverstoord aan. Bob’s moeder nam de draad op van het gesprek. “De Bilderberg groep is voor de buitenwereld een jaarlijks weerkerende driedaagse samenkomst waarbij een 150 tal wereldleiders samenkomen om vrijuit te overleggen over globale macro economische en politieke uitdagingen. Wat er wordt verteld tijdens die drie dagen blijft strikt geheim. Die geheimzinnigheid rondom de elite van internationale machthebbers heeft geleid tot vele samenzweringstheoriën. Wat niemand echter beseft is dat deze mensen niet alleen gebonden zijn door hun buitenproportionele macht maar vooral door een diepgeworteld gedeeld geloof.” Ze sipte van haar glas rode wijn, en Bob’s vader vulde zijn vrouw aan. “Ik ben jarenlang een permament ere lid geweest van de Bilderberg group. Toen je moeder en ik elkaar leerden kennen waren we alletwee erg aan het worstelen met ons geloof, in die tijd was de kerk erg moraliserend, en dat botste natuurlijk erg met ons eigen temperament, je kent ons. Maar toen mijn eigen vader plots stierf, kwam die twijfel in een stroom versnelling en gingen mijn ogen open. Er was helemaal geen goedmenende, almachtige en voorzienige God. Hij was een zwakkeling die zich moest plooien voor machten die hem te boven gingen. De kerk was niet meer dan een instituut van brave, misleide en belerende herders die hun schapen wijs maakten dat als ze braaf bleven grazen ze niets te vrezen hadden van de wolven. Maar uiteindelijk is wat wolven doen schapen dood bijten, of ze nu grazen of niet. Je kan dan ook maar beter een wolf zijn dan een schaap. Na een jaar debat avonden en inleidende lessen in verschillende andere religies en levensovertuigingen gingen we op een sombere winteravond voor de grap ook eens naar een uiteenzetting van de ‘kinderen van de duisternis’. Het voelde aan of we thuis kwamen. Je mama en ik werkten al snel actief mee in het bestuur van de vereniging en na twee jaar [kregen we onze initiatie]. Daarna veranderde alles ineens heel snel en gingen er veel deuren open voor mij.” Bob’s vader nam een slok van zijn wijn en zette zijn glas rustig neer op zijn bijzet tafeltje. Hij staarde even in het vuur en keek daarna Bob recht in de ogen. “Uiteindelijk verteert die organisatie haar mensen tot het bot. Toen ik na 7 jaar dienst werd gevraagd om mijn [meester initiatie te doen], werd mij pas duidelijk waarin ik was verzeild geraakt en dat een terugweg niet meer mogelijk was. Niets voor niets. Er is altijd een prijs. Je moet je altijd afvragen ‘Cui Bono’? Wie wordt hier beter van? Alhoewel dat voor de meeste mensen nooit duidelijk zal zijn. Ik moest verder op dit pad, maar ik wou jou er niet bij betrekken, alhoewel dat wel werd geëist”. Sofie begon zacht te wenen. “Het is jouw fout dat Lucas dood is, jij miserabel stuk machtswellusteling”. Ze stond op en liep de tuin in. Bob maakte aanstalten om op te staan om naar zijn vrouw te gaan, maar zijn papa sprak hem toe. “Laat haar. Ze heeft gelijk, maar daar is nu verder weinig over te zeggen. Mijn geschiedenis, ook jouw geschiedenis, haalt jou in. En de échte vraag die nu voor je ligt is hoe je hier mee gaat omgaan. Je verbergen gaat niet, ze vinden je overal. Ze bevechten is zinloos, ze hebben de beste intelligentie netwerken. De keuze die je hebt is hun rangen vervoegen of misschien een menselijk offer ter vervanging van jou, maar ik betwijfel dat dat nu nog zal volstaan. Ik kan je voordragen bij het bestuur, ik heb nog altijd wel wat invloed.” Bob zei niets en stond op zonder zijn vader een blik te gunnen. Hij zocht zijn vrouw op die in de tuin op de groene en verweerde hardhouten tuinbank zat die nog voor de helft werd beschenen door een zachte dalende avondzon. Ze staarde in het grind voor haar voeten en Bob zag aan haar rooddoorlopen ogen en doffe blik dat Sofie er helemaal doorzat. “Kom schat, laten we naar huis gaan en samen iets lekkers gaan eten en hier even niet mee bezig zijn.” Ze aten terug thuis in hun favoriete restaurant elk hun standaard keuze daar, hij een steak béarnaise, zij een bouillabaise, met een lekkere fles rode wijn erbij. Lucas, demonen en satanisme waren even vergeten, maar toen Sofie’s verse munt-thee werd geserveerd kwam haar typische opmerkzame blik weer boven. “Je papa is niet te vertrouwen. Vergeet niet dat hij zijn ziel al heel lang geleden heeft geschonken aan het kwaad, zelfs als hij nu beweert slechts een zijrol te betekenen in de organisatie. Hij heeft ook niet uitgelegd waarom die Bilderberg organisatie, of wat is het daar allemaal, geïnteresseerd zou zijn in jou. Het slaat nergens op. Morgen is het zondag, en het is mis. Ga toch nog maar eens praten met de pastoor.” Bob draaide de laagjes van zijn Irish Coffee door elkaar met het koffielepeltje en nam een langzame slok. De smaak van koffie, suiker, room en Jameson verwenden zijn smaakpapillen. Niet veel later lagen ze uitgeteld in bed en vielen ze in slaap, gelepeld tegen elkaar. Tussen drie en vier werd Bob weer wakker naakt en gehurkt op de grond. Er klikte iets in zijn hoofd, kwaad bestrijd je niet met kwaad, en hij wou er zeker geen deel aan hebben, ook al kostte het zijn leven. Samen met Sofie en Sara ging hij die ochtend naar de mis, en nam na afloop de pastoor apart, alhoewel die heel duidelijk geen zin had om met hem te praten. “Luister pastoor, ik wil af van die demoon, ik wil het die mensen ook moeilijk maken om hun vergif nog verder te verspreiden. Ik heb je hulp nodig”. De pastoor keek hem verbaasd aan. “Bob, ik ken je vader, hij is een erg machtig figuur in dat milieu, en ik had zeker verwacht dat hij je nu al zou hebben ingelijfd, daarom was ik ook zo bang, die mensen zijn nietsontziend. Kom mij vanavond opzoeken in de pastorie, ik ga je introduceren bij iemand die je kan helpen. Denk niet dat wij machteloos staan, er zijn vele strijders in de schaduw die vechten voor het licht, en jij zou een heel goede aanwinst zijn.”

… wordt vervolgd …


bron foto: http://www.detoxorcist.com/images/cos.gif

Een gedachte over “Carlo da Craco – parte terza

Geef een reactie