zombies als willoze volgelingen van valse profeten

Ik ben al erg lang een stille fan van de betere horror film. Het begon eigenlijk in mijn puberteit, toen ik bang was in het donker en mezelf daarom een ‘desensibilisatie-campagne’ aanpraatte, toe te dienen door middel van horror films. Gewoon, frontaal confronteren die angst, dan komt het wel goed. Indertijd waren dat films als ‘Nightmare on Elmstreet’, ‘The exorcist, ‘Poltergeist’, dat soort zaken. Het was vooral suggestief materiaal, nooit echt expliciet, maar voor mij al meer als voldoende. Naar huidige normen bleef het redelijk onschuldig, maar het soort expliciete verheerlijking van martelingen (denk aan de recente ‘Saw’ reeks) heeft mij nooit aangesproken. Neen, mijn fascinatie ligt eerder bij een nakend maar onvermijdelijk onheil en een werkelijkheid die plots op zijn kop word gezet. Je wereldbeeld dat zich stript van zijn illusies van veiligheid en enkel de rauwe woestijn van de onverschillige werkelijkheid toont waarin de mens een hulpeloze speelbal is van de elementen.

Vandaag pik ik nog steeds regelmatig een horrorfilmpje mee, en hoe meer ik er zie, hoe meer ik het patroon van mijn eigen fascinatie erin herken. Maar wat mij vooral opvalt, is de stijgende populariteit van de zombie film. De zombie als symbool voor onafwendbaarheid: je kan ze niet doden, want dat zijn ze al. Je kan ze alleen maar een tijdje immobiliseren. Ja, hoe verdedig je je daar tegen? Niet dus. En als het nu bleef bij eentje of een paar, maar neen, ze verspreiden zich exponentieel, en daar halen ze net hun kracht uit, uit hun aantal. De zombie ook als symbool voor willoosheid, een prooi van zijn basale instincten: ‘eeeeuuuh …. hersens …. eeeeuuuh’. En als toeschouwer van een zombie film voel je als het ware de onafwendbare doem en de angst om ook zo een willoos ‘eeeeuuh’ wezen te worden.

B. RaesNu ja, ik heb dat soort ‘diepe’ gedachten, maar niet veel later gaat in mijn hoofd de polonaise vrolijk verder met ‘J’y pense et puis j’oublie. C’est la vie, c’est la vie’ van Jacques Dutronc. Totdat die muziek plotsklaps verstomde bij het zien van een quote van Barbara Raes in het artikel ‘Druk druk druk!’ dat de meritocratie in de kunstwereld bespreekt, en dus ook inhaakt op het gedachtengoed van Paul Verhaeghe.

P. VerhaegheEn het toeval (?) wil dat een interview over diens nieuw boek ’In ons verlangen naar autoriteit spreiden wij het bedje voor macht’ mij trakteerde op een variatie van een persoonlijke favoriet van mij over dominantie: ‘Never underestimate the power of stupidity in large groups’ (dat blijkbaar niet aan de overleden Amerikaanse komiek George Carlin mag toegeschreven worden, maar desalniettemin weergaloos is).

En toen klikte het.

En de ochtend erop werd ik wakker in een gesloten instelling.
Mogelijk, maar nee, toch nog niet.

Het werkt eigenlijk als een immense wipplank, met op het linkerzitje een kudde smachtende zinzoekers en op het rechterzitje een select clubje (maar veel zwaardere) herders. Beiden houden elkaar in beweging terwijl ze wel beschouwd eigenlijk op dezelfde plaats blijven. De zinzoeker beleeft geen plezier in het wippen, maar blijft verbeten zoeken naar de ideale partner, de perfecte job, de gedroomde invulling van zijn rol als ouder, op, neer, op, neer, … Als hij even stopt, rond hem kijkt en dan vertwijfeld in zijn haar krabt, duurt het niet lang tot de andere wippers hem tot de orde roepen – links eensgezind, syncroon en in koor, maar rechts met luide en aanmanende stem – ‘door wippen!’. De vadsige herders moeten lang niet zo veel moeite doen bij het wippen, en ze hebben meer plaats om te zitten, maar echt gezond voelen ze zich toch niet.

Nu ik de Matrix had gezien voor wat ze was, herkende ik haar ook in andere zaken (proudly sponsored by Synchroniciteit).

London GrammarHet groepje Londom Grammar bracht bijvoorbeeld vorig jaar het magistrale nummer uit ‘if you wait’. Het brengt het thema van de onvervulde wens, in dit geval de perfecte soulmate (‘just one other’) en het daarbij horende uitstelgedrag (‘you wait’). Gemis aan zingeving, wip omhoog: “ik voel mij alleen, maar jij bent leuk!”; teleurstelling, wip omlaag: “jij was dan toch niet de ene, hoe lang moet ik nog zoeken?”. En op, en neer, en op, en neer, …

En zo worden wij in ons smachten naar zin willoze volgelingen, zombies, van valse profeten met hun holle beloftes over geluk, schoonheid, liefde, succes, waarheid, rechtvaardigheid, eeuwig leven of gemoedsrust.

Tsja, en dan? Is dit niet gewoon een andere formulering van wat ik al eerder schreef (in “Absurditeit is waarheid gespiegeld in de onverschillige werkelijkheid”), namelijk dat we allen kiezen uit romantisch deïsme, materialistisch atheïsme of radicaal nihilisme? En is dat op zich ook niet al een andere formulering van wat Camus nog eerder schreef (zie “Is absurditeit uitroeibaar”), namelijk dat we allen moeten kiezen tussen zelfmoord, ons overgeven aan een goddelijke macht (kies je favoriete valse profeet!) of de zinloosheid moedig omarmen?

jypensejoublie

 

2 gedachten over “zombies als willoze volgelingen van valse profeten

  1. En zo… Smachten naar…Geluk komt niet uit beloftes, dat maak je zelf waar, schoonheid en liefde leg je zelf vast waarheid is onomstotelijk en daaruit vloeit rechtvaardigheid, succes ligt aan jezelf, hoe hoog je de lat wil leggen op professioneel vlak ook maar er bestaat nog zoveel meer…

Geef een reactie