elk onevenwicht kent zijn evenwicht

Ik ben van nature uit meer een luisteraar dan een spreker. Statistisch en fysiologisch ligt dat ook meer voor de hand met twee oren en in verhouding slechts één mond. Maar lang niet iedereen lijkt zich van die wetmatigheid bewust.

Als ik in een gesprek luister, dan volg ik, probeer de verbanden te begrijpen, me in te leven. En als er dan even een stilte is, dan is er ruimte voor een vraag van mij om te toetsen of ik het wel goed heb begrepen. Als ik dan eenmaal het relaas van de gesprekspartner heb begrepen, dan kan ik inhaken met mijn visie op dat thema, als ik die al heb natuurlijk.

Ik heb het nu over een échte dialoog, waarbij de richting van het gesprek over en weer gaat. Maar regelmatig kom ik in gesprekken die als een waterval koud en hard over mij heen storten van ergens tientallen meters hoger. In mijn ervaringen komen die spraak watervallen in twee soorten.

De eerste waterval is turbulent, en er wordt enthousiast een kakafonie aan feiten en meningen gedeeld. Als ik dan bij een pauze daar één onderwerp uit pik en erop aanhaak, wordt ik of steevast aangekeken als een plomp verloren boer, of gaat de waterval redelijk ongestoord verder. Zwijg en luister lijkt de boodschap.

De tweede waterval is dan weer gelijkmatig, en verkondigt stellig hoe het zou moeten zijn. De bewijslast die daar voor wordt aangedragen varieert van vermeend onwrikbare feitelijkheid tot emotionaliteit, waarbij die emotionaliteit het spectrum vult tussen ‘ik ben toch zo bijzonder’ tot ‘ze viseren altijd mij!’. Wanneer er dan een stilte valt, zwijg ik, dat heb ik al lang geleden geleerd. Met spreken kan je hier alleen maar verliezen: ofwel ga je tegen het relaas in, en wordt je veroordeeld als onbekwaam of afvallig, ofwel wordt je verplicht er helemaal in mee te gaan ‘oh ja, je hebt overschot van gelijk’.

Het gaat hier om een verbaal steekspel waarvan de uitkomst de dominantie (waterval) of onderwerping (koude douche) van de deelnemers bevestigt. Maar is zwijgen hier dan wel de juiste oplossing?

Wij dieren hanteren bij de confrontatie vier standaard reacties: vechten, vluchten, bevriezen of zich onderwerpen. Zwijgen kan alvast niet doorgaan voor vechten, dus die schrappen we al van de lijst. Bij vluchten loop je weg van de agressor, ook deze valt dus weg. Bij het bevriezen, kruip je als het ware in elkaar, zonder de agressor nog aan te kijken. Onder die omstandigheden kan je niet meer spreken van een dialoog. Blijkbaar stemt zwijgen dus overeen met jezelf onderwerpen.

We kunnen het zwijgen nu situeren, maar de vraag blijft overeind: is zwijgen wel de juiste oplossing? Wel, het hangt er allemaal van af. Algemeen gesteld zou ik niemand een langdurige en/of intense blootstelling aan dergelijke koude watervallen aanraden. Als dat dan toch gebeurt, dan zou ik de persoon in kwestie aanraden ook bij zichzelf te rade te gaan, want ook elk onevenwicht gebeurt in evenwicht met de omgeving (zie bijvoorbeeld de drama driehoek van Karpan). Meer specifiek gesteld is de wijsheid je gevechten slim te kiezen en zelfs liefst zo dat je al gewonnen hebt voordat de strijd start.

En tenslotte, het zou toch maar saai zijn als alles zich moeiteloos aan mij prijs zou geven. Waarover zou ik dan nog moeten dromen? Waarover zou ik dan nog moeten schrijven?

Geef een reactie